[Strips en Cultuur]
waarin we jou verplichten eindelijk eens wat cultuur op te doen


Terug naar de basispagina
of klik verder op één van de onderstaande subrubrieken:


26/01
2006
Strips en Cultuur 12: Auguste Rodin / Leonardo / Asterix

De Denker van Auguste Rodin (1840-1917), wellicht één van de bekendste beeldhouwwerken van onze tijden. Op de cover van Leonardo 5: Is er 'n Genie in de Zaal? door Turk + Bob de Groot staat een zelfverheerlijkend van uitvinder Leonardo temidden andere beelden. In Asterix en de Lauwerkrans van Caesar door Uderzo en Goscinny, bootst een slaaf het beeld na. Frank Pé bracht in Robbedoes ooit een Oom Wim-verhaal over Rodin, helaas niet over De Denker, maar over een ander beeld van hem: De Wandelende Man. Maar zo zie je toch eens hoe Rodin eruit zag.

Rodin reageerde met zijn beeldhouwwerken tegen het sentimentele idealisme van de academie door zo dicht mogelijk naar de natuur terug te gaan. Meerdere werken zijn eerst door de jury voor de Salon geweigerd omwille van zogezegde fraude. Het zouden niet meer dan afgietsels zijn. Als gevolg hiervan werden zijn beelden in het vervolg altijd groter of kleiner dan de levende werkelijkheid.
Tijdens zijn eerste reis naar Italië in 1875 bestudeerde hij het werk van Michelangelo, Donatello en de sculpturen uit de klassieke oudheid. Hier was de pure vorm nog te vinden waar hij naar op zoek was. Deze reis inspireerde hem tot "De bronzen eeuw" (1877).
Om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien was de jonge kunstenaar aangewezen op samenwerking met officieel erkende beeldhouwers die veelal herdenkingstekens en architectonische sculpturen in de neobarok of maakten.
De Franse staat verleende Rodin in 1880 de opdracht voor de monumentale deur van een nieuw te bouwen museum voor toegepaste kunst, de École des Arts Decoratifs in Parijs. Het museum werd nooit gebouwd, maar Rodin's ontwerpen bestaan nog steeds. De Hellepoort zou het werk gaan heten. In de opdracht stond dat de voorstelling gebaseerd moest zijn op de Divina Commedia van de italiaanse schrijver Dante. Verschillende losse beelden zijn van de ontwerpen voor de nooit afgemaakte Hellepoort afkomstig.
De meest bekende van deze zelfstandige werken is De Denker, bedoeld voor het fronton van de poort, om het panorama beneden hem te overdenken.
In de Monet-Rodin tentoonstelling van 1889 in de Galerie Georges Petit werd De Denker als op zichzelf staand beeld getoond onder de dubbele benaming van Le Penseur en Le Poète. Interessant is dat één van de vroegste bronzen afgietsels van het werk door de Parijse bronsgieter Alexis Rudier in Brussel staat, als grafmonument voor kunstverzamelaar Jef Dillen op het kerkhof van Laken.

Ken je nog voorbeelden van De Denker in strips?
Mail ze ons door naar stripspeciaal-zaak@telenet.be



17/12
2005
Strips en Cultuur 11: Leonardo da Vinci / Lanfeust van Troy / Waanzin Waanzuit / Leonardo
Ondertussen een bekend symbool en een vast begrip: de Homo Universalis of om in het in de moerstaal van de Italiaan Leonardo da Vinci (1452-1519) te zeggen: de Uomo Universalis, de welhaast wiskundige verhoudingsstructuur van de ideale mens.

Op de backcover van Wanordelijke Encyclopedie van de Wereld van Troy (Tarquin + Arleston) is het Hebus die de ideale trol verbeeldt. In Waanzin Waanzuit 1 (Gotlib) blijkt dat da Vinci een Siamese tweeling als voorbeeld nam. In Leonardo 19: Op Heterdaad (Turk + Bob de Groot), de stripversie van onze kunstenaar/geleerde/en nog wat meer zou het een lacune zijn mocht hier niet naar verwezen worden. En tot slot draagt Uitgeverij Vinci (een imprint van Talent) het als logo op elke cover, binnenblad en backcover van de uitgegeven albums.
Uomo universale (Italiaans voor universele mens, ook vaak in het Latijn homo universalis) is een uitdrukking waarmee een persoon (mannelijk of vrouwelijk) wordt bedoeld die al zijn faculteiten en vaardigheden ten volle heeft ontwikkeld, dus een goed ontwikkeld atletisch lichaam, maar ook een scherp verstand en bekwaamheden op veel gebieden, met name ook de kunsten.
Het is een ideaal dat al uit de renaissance stamt. Als voorbeeld wordt meestal gewezen op Leonardo da Vinci (1452 - 1519). Veel kunstenaars uit de renaissance waren ook architect en beeldhouwer, Leonardo was nog veel meer. Hij was schilder, tekenaar, architect, musicus, beeldhouwer, ingenieur en natuuronderzoeker. Als je kijkt naar de schetsen, schilderijen en tekeningen die hij tijdens zijn leven gemaakt heeft, vind je een veelheid aan onderwerpen. Naast schilderijen met portretten, kerkelijke taferelen en schetsen van het menselijk lichaam zijn er ontwerpen van vliegmachines, muziekinstrumenten en zelfs van een fiets. Ook maakte Leonardo studies van de bloedsomloop en het hart, bestudeerde hij plant- en dierkunde en ontwierp hij kanalen en irrigatiesystemen. Het bekendst is hij wellicht door zijn schilderij de Mona Lisa waar we later in deze rubriek op terugkomen.


26/10
2005
Strips en Cultuur 10:
Pieter Bruegel / Asterix / Suske en Wiske / De Geuzen / extra: Franz
Wat een fantastische prachtcollage levert dit toch op. "Dit" is in dit geval Boerenbruiloft (1565 - 1566) van de Vlaamse schilder Pieter Bruegel (de Oudere).
Op onnavolgbare wijze schilderde Albert Uderzo het na voor de eindplaat van Asterix 24: Asterix en de Belgen. Maar Willy Vandersteen — door Hergé ooit zelf de Bruegel van het stripverhaal genoemd — was eerder met Suske en Wiske: Het Spaanse Spook. Ettelijke jaren deed hij het overnieuw in De Geuzen 10: De Wildeman van Gaasbeek. Voor een speciaal verjaardagsnummer van Kuifje (nummer 39 uit 1981) eigende Franz zich twee pagina's uit Het Spaanse Spook toe om ze in zijn eigen stijl te tekenen. Uiterst rechts in beeld zit de meester Bruegel mee aan tafel, net zoals op het origineel. Dat het Breugelfestijn hem mag smaken.
Op Bruegel komen we hoogstwaarschijnlijk later nog terug. In De Geuzen alleen al krioelt het van de verwijzingen naar de schilder. Maar ook andere (Vlaamse) striptekenaars zoals Buth en François Schuiten brachten knipogen naar zijn werk.

Het is ironisch dat een man die twee keer de Toren van Babel schilderde zelf zo veel heeft te lijden onder spraakverwarring. Ja, het is Bruegel. De varianten Brueghel, Breughel, enzovoort komen pas later aan de orde. En het is spijtig dat deze oervader van een hele generatie schilders wordt gereduceerd tot slechts één aspect van zijn oeuvre. Pieter Bruegel de Oudere (circa 1525 – 9 september 1569) staat nu vooral bekend als de schilder van boerenkermissen, pensen, doedelzakken en bruiloften.
Bruegel had een erg korte loopbaan, een aaneenschakeling van hoogtepunten. Na zijn opleiding in Antwerpen, vertrekt hij naar Italië. De vijftig schilderijen van zijn hand die bekend zijn, dateren van na zijn terugkeer naar Antwerpen in 1553. En dan begint het vuurwerk van levendige kleuren, krioelende figuren en overweldigende landschappen. Bruegel put zijn inspiratie uit het harde bestaan van het boerenvolk, uit volkswijsheden en bijbelse taferelen. Zijn analyses van de dwaze nietigheid van de mens en diens bezigheden zijn scherp en ironisch. Nochtans toont hij ook bezorgdheid en sympathie voor het harde lot van het volk. Door de grote gelaagdheid blijven zijn panelen het onderwerp van interpretatie. Voorbeelden zijn legio, maar tot zijn meesterwerken behoren Jagers in de Sneeuw, De Parabel van de Blinden, Boerendans en Boerenbruiloft. Eén van zijn bekendste werken, De Val van Icarus, is waarschijnlijk een kopie van een verloren gegaan origineel.
Na zijn dood bouwden de twee zoons Pieter Brueghel de Jonge en Jan Brueghel de Oude een familiebedrijfje uit dat dreef op de populariteit van hun vader. De werken van de oudere Bruegel waren zo gewild dat de zoons ze lustig kopieerden, helaas ten koste van de kwaliteit. Hoewel zij begaafd waren, hadden de jonge Brueg(h)els niet het uitzonderlijke talent van hun vader. Daarbij kwam nog dat ze de kopieën niet konden maken naar het voorbeeld van de originele werken, want die waren verkocht.


08/10
2005
Strips en Cultuur 9:
Edouard Manet / Heinz / De Wind in de Wilgen

Maak je picknickmandje maar klaar want we trekken naar buiten deze keer. De Franse schilder Edouard Manet maakte in 1863 het schilderij Le Déjeuner sur l'Herbe waar hij indertijd ophef mee maakte. Straks meer daarover.

Voor galerie en stripwinkel Lambiek uit Amsterdam schilderde Windig van het duo René Windig en Eddie De Jong een eigen versie. Het staat tevens gepubliceerd in De Stomme Wereld van Heinz. Hier gene naakte dame, maar zowaar vier blote katten!

Ook Michel Plessix vermomde een picknicktafereeltje in een knipoogje naar het schilderij. Hij deed dat in De Wind in de Wilgen 1: Het Woeste Woud. Op de koop toe krijgen we er nog een impressionistisch decor bij. Het wemelt ervan in de reeks.

Grote sensatie verwekte Edouard Manet (1832-1883) met Le Déjeuner sur l'Herbe (1863), dat op de officiële Salon geweigerd werd wegens onzedelijkheid van de voorstelling, maar met goedkeuring van Napoleon III in een aparte zaal, Le Salon des Refusés tentoongesteld mocht worden. De compositie was geïnspireerd op een kopergravure van Marc-Antonio Raimundi, naar Raffaël.
Manet hernam in dit werk het onderwerp van het landelijk concert van Giorgione, maar hij streefde ernaar daarvan een moderne, actuele en niet mythologische versie te geven en ze in heldere kleuren om te zetten. Zijn doek werd geweigerd als onbetamelijk in het officieel Salon van 1863 en tentoongesteld in het Salon des Refusés met als titel Le Bain. Men kon blijkbaar niet aanvaarden dat Manet een naakte vrouw (Victorine Meurend) schilderde tussen geklede mannen en dit in het eigen tijdskader. Het verwijt van onbetamelijkheid was voor de academie slechts een schijnreden. Wat deze heren niet konden aanvaarden, was de stoutheid van het palet van de kunstenaar. Manet doorprikte de hele conventionele esthetica van zijn tijd. Benevens een onverwacht levendige voorstelling van het onderwerp, bood het doek de nieuwigheid van een uitvoering in heldere en levendige tonen, naast elkaar geplaatst, zonder tussenliggende halve tonen, kenmerk van één der meest vruchtbare vondsten van Manet. Een verontwaardigde burger schreef in La Gazette de France: "Meneer Manet heeft de benodigde kwaliteiten om door elke jury ter wereld geweigerd te worden."



17/09
2005
Strips en Cultuur 8:
M. C. Escher / Het Kristallen Zwaard / Suske en Wiske

Ontzettend veel optische illusies, trompe l'œils en ander gezichtsbedrog van de Nederlandse kunstenaar M.C. Escher heb je ongetwijfeld al eens onder je nochtans doorgaans te vertrouwen ogen gezien. Escher was een meester in het spelen met perspectieven, gezichtspunten, vluchtlijnen, schaduwen, contrasten en vormen. Met name de lithografie Relativiteit uit 1953 is wereldberoemd: welk draagvlak is nou toch de zoldering, het plafond of een zijgevel (zie linksboven)? Probeer dat maar eens correct na te tekenen!
Crisse + Goupil probeerde het in Het Kristallen Zwaard 4: De Schreeuw van de Groes en Marc Verhaegen kopieerde het getrouwer in Suske en Wiske 278: De Kunstkraker.
Nog meer andere Escher-verwijzingen vind je in het werk van Andreas. Check het!

Maurits Cornelis Escher (1898-1972) is geboren in het Nederlandse Leeuwarden en groeide op tot één van 's werelds beroemdste grafici. Het meest beroemd is hij om zijn zogenaamde onmogelijke tekeningen, zoals Klimmen en Dalen en Relativiteit, maar ook om zijn metamorfoses, zoals Metamorphose I, II en III, Lucht en Water I en Reptielen.
Maar hij maakte ook prachtige, meer realistische werken in de periode dat hij in Italië woonde en werkte. Bijvoorbeeld de litho Castrovalva, waarin men al M.C. Escher's fascinatie voor hoog en laag, dichtbij en veraf kan zien. De litho Atrani, een klein plaatsje aan de Amalfitaanse kust in Italië, maakte hij in 1931, maar komt weer terug in zijn meesterstukken Metamorphose I en II.
Tijdens zijn leven maakte M.C. Escher 448 litho's, houtsnedes en houtgravures en meer dan 2.000 tekeningen en schetsen. Naast zijn werk als graficus, illustreerde M.C. Escher boeken, ontwierp tapijten, postzegels en wandschilderingen. Hij verblief ook geruime tijd in Zwitserland en België.
M.C. Escher werd gefascineerd door de regelmatige geometrische figuren van de wand- en vloermozaïeken in het Alhambra, een veertiende-eeuws kasteel in Granada, Spanje, dat hij in 1922 bezocht.
Tijdens zijn jaren in Zwitserland en tijdens de hele Tweede Wereldoorlog werkte hij met veel energie aan zijn hobby. Hij maakte toen 62 van de in totaal 137 symmetrische tekeningen die hij in zijn leven zou maken. Hij breidde zijn hobby ook uit door deze symmetrische tekeningen te gebruiken voor het snijden van houten bollen.
Hij speelde met architectuur, perpectief en onmogelijke ruimtes. Zijn kunst blijft miljoenen mensen over de hele wereld verbazen en in verwondering brengen. In zijn werk herkennen wij zijn uitstekende observatie van de wereld om ons heen en de uitdrukking van zijn eigen fantasie. M.C. Escher laat ons zien dat de werkelijkheid wonderlijk, begrijpelijk en fascinerend is.



17/09
2005
Strips en Cultuur 7bis: Edward Hopper / Kiekeboe

Als aanvulling op Strips en Cultuur 7 mailde Ad Eggemont, een alerte lezer, ons dat ook Merho in Kiekeboe 81: Blond en Blauw refereert naar het schilderij Nighthawks van Edward Hopper.

Meer zelfs: verdeeld over de pagina's 17 en 18 voeren inspecteur Sapperdeboere, Fanny en Alanis op een volle pagina een gesprek in het café.



20/08
2005
Strips en Cultuur 7: Edward Hopper / Bloedbanden

Het schilderij Nighthawks (1942) van de Amerikaan Hopper ken je misschien beter dan je zelf vermoedt. Het typisch New Yorkse 24/7 café wordt wel eens nagebouwd voor een film of als hommage gebruikt voor een artyfarty-poster met all American iconen à la Humphrey Bogart, Elvis Presley, James Dean en Marilyn Monroe (titel: Boulevard of Broken Dreams). Een Belgische versie bestaat ook met onder andere Godfried Bomans en Jacques Brel. Strip- en tekenfilmvarianten bestaan er met The Simpsons en Kuifje. Ook Hermann dweept met de weergegeven eenzaamheid en integreert het café in zijn Amerika-trilogie voor de collectie Getekend van Lombard op scenario van zijn zoon Yves H. Bloedbanden opende deze trilogie. Uit alle fraaie en minder fraaie (zeg maar al te makkelijke) verwijzingen en knipoogjes naar films en acteurs plukken we de eindprent op pagina 39 waarin hoofdpersonage Sam Leighton in hetzelfde café zit als dat van Hopper.

Nighthawks, vermoedelijk Hoppers bekendste schilderij, wordt op velerlei manieren uitgelegd. Hoewel het schilderij meestal genoemd wordt als zijn zuiverste weergave van de eenzaamheid en vervreemding, hebben enkelen gesuggereerd dat het koppel gezien moet worden als een uitdrukking van warmte en intimiteit, in tegenstelling tot de eenzame figuur die tegenover hen zit.
Anderen zien Nighthawks als sociaal commentaar op de zakelijke 'moderne' sfeer van het eethuisje in onaangenaam contrast met de veilige wereld die wordt vertegenwoordigd door de winkel met de ouderwetse kassa in de etalage.
Weer anderen hebben verondersteld dat Nighthawks geschilderd werd naar aanleiding van Hemingways verhaal The Killers (dat Hopper zó goed vond dat hij de schrijver een brief stuurde met zijn waardering). In deze interpretatie worden de figuren in het eethuisje eerder sinister dan eenzaam en de ouderwetse kassa was misschien, zoals criticus Gail Levin het stelt, "het doelwit van hun slechte bedoelingen".
Hopper zelf was op zijn bekende manier nogal laconiek over Nighthawks. Toen criticus Katharine Kuh hem vroeg of hij het tafereel niet "eenzaam en leeg" vond, antwoordde Hopper: "Ik zie het niet zozeer als eenzaam... maar onbewust was ik vermoedelijk de eenzaamheid van een grote stad aan het schilderen".
Ongetwijfeld is een groot deel van de zeggingskracht van Hoppers taferelen uit het stadsleven te danken aan het feit dat hun diepste betekenissen zich van het onderbewustzijn van de kunstenaar richten tot dat van de toeschouwer.
De schilderijen van Hopper hebben doorgaans een fotografisch, zelfs een filmisch karakter. Menig regisseur heeft zich voor het decor en de sfeer laten inspireren door Hoppers schilderijen. Het huizenblok waarop James Stewart in Alfred Hitchcocks Rear Window uitkijkt, lijkt zo weggehaald uit een schilderij van Hopper.
De figuren in de werken van Hopper zijn vaak voor of achter een raam geplaatst wat het isolement compleet maakt, er is wel een buitenwereld, maar daar maakt de persoon geen deel van uit. Grappig is dat Hopper nooit écht ramen schildert, maar gaten. Dit heeft wellicht te maken met de techniek die Hopper niet meester was.



06/08
2005
Strips en Cultuur 6: Leonardo da Vinci / De Chninkel / Alban

Ha jaa, één van de bekendste Nieuwe Testament-taferelen komt uit het schilderdoosje van de Florentijnse kunstenaar, wetenschapper, uitvinder, architect, astronoom en dichter Leonardo da Vinci (1452 - 1519). Leonardo's versie van Het Laatste Avondmaal (circa 1495/1498) zagen we in tenminste twee albums vereeuwigd, zeg maar 'verknipoogt'. Allereerst in De Chninkel door Grzegorz Rosinski en Jean Van Hamme en recent nog in Alban 1: Agnus Dei door Fourquemin en Dieter. We vragen ons trouwens zeer voorzichtig af wat de joden ervan zouden denken als ze zien dat de messias in Alban wordt geportretteerd als een varkentje...

Leonarod da Vinci kiest voor zijn fresco (dat is een muurschildering, beste lezer) voor het spannende moment waarop Jezus Christus aan zijn apostelen verkondigt dat iemand hem heeft verraden. Consternatie alom, ontkenning, verontwaardiging, gefluister en dies meer. Bijna alsof Jezus Christus sprak: "Wie heeft hier in papasnaam mijn portie frieten opgevreten?"
Er valt iets te zeggen over de symmetrie in de compositie en de opmerking dat alle vluchtlijnen naar het hoofd van Jezus leiden. Leonardo probeerde hier een nieuwe frescotechniek uit waarbij hij op een droge laag pleisterwerk schilderde in plaats van op een natte. Het doel was om helderder kleuren en een scherper beeld te verkrijgen. Dat lukte, maar helaas begon de temperaverf al snel af te bladeren. Door de eeuwen heen zijn door restaurateurs lagen lak aangebracht, waarop met olieverf het werk van Leonardo werd nageschilderd.
Bij een bombardement in 1943 bleef de wand van de refter (de eetzaal van het klooster) gespaard, maar de schade aan het gebouw was zo groot dat het werk in een vochtige omgeving kwam. Er verscheen schimmel op. Bovendien gebruikte men de refter voorheen ook nog als stal.
De muurschildering is te bekijken in Santa Maria delle Grazie in Milaan.

Van links naar rechts zien we:
• Het groepje Bartholomeüs, Jakobus de Mindere en Andreas: alle drie perplex
Judas (op de tafel hangend, terugdeinzend, in zijn rechterhand een geldbuidel), Petrus (kwaad, vraagt Johannes om uit te vinden op wie Jezus doelt), Johannes (lijkt in zwijm te vallen)
Jezus (onverstoorbaar, berustend, wil gewoon beginnen met de verdeling van het brood en de wijn)
Thomas (kwaad), Jakobus de Meerdere (verbijsterd, lijkt Thomas en Philippus tegen te houden), Philippus (zoekt naar uitleg)
Mattheüs, Thaddeüs en Simon: in heftig gesprek, waarschijnlijk over het verraad waarbij Simon degene lijkt met de verklaring.

Verder onthouden we nog dat Petrus een dolk in zijn handen heeft waarmee hij later een soldaat een oor zal afsnijden.
Van de apostelen zijn, zij het vaag, de voeten zichtbaar. Van Jezus niet: bij een verbouwing van het klooster werd besloten om precies op die plek een deur te maken...



23/07
2005
Strips en Cultuur 5: Géricault / Asterix / Koning van de Kwallen

Dat er in Asterix meerdere lagen zitten, is genoegzaam geweten. Maar ook grafisch zitten vaak expliciete knipoogjes naar bekende schilderijen of beeldhouwwerken verborgen. 't Is dan aan de stukjesschrijvers, journalisten, essayisten om daar de lezers op attent te maken... als ze het zelf al niet hadden opgemerkt!
In Asterix en het 1ste Legioen door Uderzo en Goscinny gaat het schip van Roodbaard en zijn kornuiten weer eens tenonder door toedoen van Asterix en zijn kornuit Obelix. Dat piraat Roodbaard al een knipoogje is naar de reeks Roodbaard van Hubinon en Charlier is mooi meegenomen, maar de prent op plaat 31 willen we er even uitlichten. 't Is namelijk een mooi — en zedig — eerbetoon aan het schilderij Het Vlot van de Medusa (1818-1819) van de Franse schilder Théodore Géricault. Let op het zeil, de liggende figuren op de voorgrond en de met een doek zwaaiende matroos.
Een kleinschaliger hommage aan het schilderij merken we ook op in Koning van de Kwallen door Ségur en Szalawa in de Collectie 500 (nummer 36) van Talent. Blader door naar pagina 32. Het onweerlegbare bewijs wordt geleverd door de (half)naakte liggende figuren op de voorgrond.

Een verblijf van een jaar in Italië verdiepte Géricaults kennis van het naakt als medium van expressieve kracht. Het stelde de jonge Fransman in staat om aan zijn belangrijkste werk te beginnen: Het Vlot van de Medusa. De Medusa, het vlaggeschip van een konvooi dat Franse soldaten en kolonisten naar Senegal vervoerde, was voor de westkust van Afrika aan de grond gelopen, voornamelijk vanwege de onbekwaamheid van de koningsgezinde kapitein. Omdat er onvoldoende reddingsboten aan boord waren, werden 149 mannen en één vrouw gedwongen zich op een geïmproviseerd vlot te begeven. Het was de bedoeling dat het vlot gesleept zou worden door de reddingsboten, maar de bemanning van deze boten sneed in zijn haast de kust te bereiken de lijnen naar het vlot door. Het vlot raakte op drift en er volgden vijftien gruwelijke dagen met muiterij, kannibalisme en een bitter ogenblik van valse hoop toen men de Argus in zicht kreeg, een schip uit het konvooi dat hen echter niet opmerkte. Toen het vlot tenslotte door de Argus werd gevonden, waren er slechts 15 van de 150 nog in leven. De regering probeerde het hele incident in de doofpot te stoppen.
De kapitein kreeg een milde straf en toen twee overlevenden, dokter Savigny en scheepstimmerman Corréard, een rechtzaak wilden aanspannen voor schadeloosstelling, werden zij uit overheidsdienst ontslagen. Savigny en Corréard publiceerden daarop een boek dat in heel Europa opzien baarde.
Géricault, al geen aanhanger van de toen herstelde monarchie, ontmoette Savigny en werkte achttien maanden om het gegeven te verwerken tot een schilderij. Het was het soort grootschalige onderneming dat de meeste kunstenaars alleen met overheidssteun zouden aanpakken. Zelfs voor een bemiddeld man als Géricault was het teveel. Hij huurde speciaal voor het werken aan dit enorme doek een atelier en de besloten ruimte maakte de uitwerking op alle bezoekers nog overweldigender.
Het kostte Géricault veel tijd om uit te zoeken welk moment van de ramp hij zou afbeelden. Hij speelde met gewelddadige en morbide incidenten zoals de muiterij en het uitbreken van kannibalisme. Uiteindelijk koos hij toch voor een minder afschuwelijke maar emotioneel aangrijpender gebeurtenis: het voor het eerst in zicht komen van de Argus. Het schilderij laat een geleidelijk crescendo zien van wanhoop tot valse hoop. Op de voorgrond zit een peinzende figuur tussen de doden. Achter hem draaien andere overlevenden zich geleidelijk om naar de horizon; twee zwaaien met hun hemd. Maar het schip is een miniem puntje, nauwelijks te onderscheiden tussen de donkere, aanrollende golven. Het is duidelijk dat zij vanaf het schip niet te zien zijn en sommigen zijn al weer diep bedroefd teruggezonken in hun toestand van verdoving. Deze eb en vloed van stemmingen wordt beheerst door een compositie die beweging combineert met precisie.
Géricaults documentatiedrang manifesteerde zich niet alleen in het ondervragen van de overlevenden. Hij liet een model van het vlot bouwen en bestudeerde zelfs lijken in het lijkenhuis.



09/07
2005
Strips en Cultuur 4: Bob Dylan / Nero
In Brabant Strip magazine 47 van april 1997 publiceerde het tijdschrift een kopie van een lezersbrief uit De Standaard van 18 maart 1997. Lezer Frank De Cuyper had in de achtergrond van het eerste prentje in strook 97 van Nero 139: Operatie Ratsjenko de jonge Bob Dylan en zijn toenmalige vriendin Suze Rotolo herkend zoals ze geportretteerd stonden op Dylans tweede plaat The Freewheelin' Bob Dylan uit 1963. Marc Sleen-assistent Dirk Stallaert is een Dylan-liefhebber.

Als toemaatje een Bob Dylan van Zep (die zelf zijn pseudoniem koos naar de band Led Zeppelin) uit Harde Muziek en Doffe Ellende en eentje van Jan Bosschaert en Urbanus uit De Geverniste Vernepelingskes 1. Urbanus is ook al een Dylan-fan. En daarmee is de cirkel rond want Stallaert en Urbanus hebben net een eerste album van Plankgas en Plastronneke op hun naam en een tweede kinderserie op de plank, Mieleke, Melleke en Mol.
De Amerikaanse popzanger en muzikant Bob Dylan (in feite Robert Allan Zimmerman) werd geboren in Duluth, Minnesota, op 24 mei 1941.
Sinds het begin van de jaren zestig werd hij bekend als componist, tekstschrijver en vertolker (zang, gitaar en mondharmonica) van vaak geëngageerde liederen (protestsongs). Zijn muziek was aanvankelijk akoestisch en sterk folk- en bluesgeoriënteerd, een stijl waarmee hij in 1963 voor het eerst doorbrak naar een groter publiek met Dylans tweede album The Freewheelin' Bob Dylan en zijn legendarisch geworden optreden op het Newport Folk Festival.
Verreweg Dylans belangrijkste muze was Suze Rotolo, zijn vriendin tijdens de beginjaren in Greenwich Village in New York. Rotolo is vereeuwigd op de hoes van The Freewheelin' Bob Dylan. Ze loopt daar gearmd met Dylan door West Fourth Street in New York.
In werkelijkheid was hun verhouding niet zo harmonisch. Dylans razendsnelle opkomst en Rotolo's jeugdigheid — ze was 17 toen ze Dylan leerde kennen — zetten de relatie onder de druk. Toen Rotolo een jaar in Italië ging studeren, was Dylan volledig ontredderd. Dit was de inspiratiebron van een aantal van zijn meest desolate liedjes: Tomorrow is a Long Time, het enige nummer van Dylan dat Elvis Presley ooit opnam, en Boots of Spanish Leather van The Times They Are A-Changin'. Suze was ook de inspiratie achter Dylans 'first great put down song', zoals biograaf Clinton Heylin dat noemt in Behind the Shades: Don't Think Twice, It's All Right. Later volgde It Ain't Me, Babe.
Hoe dan ook, Blowin' in the Wind, ongetwijfeld Dylans bekendste song, staat eveneens op The Freewheelin' Bob Dylan.


25/06
2005
Strips en Cultuur 3: The Marx Brothers / De Pfaffs
Een mooie filmverwijzing naar één van de beste, klassieke humoristische films aller tijden, A Night At The Opera van The Marx Brothers uit 1935. En dat in deel 2 van De Pfaffs: Kan de Sam nog Zingen? van Charel Cambré. De plaats delict: een scheepskajuit op een cruiseschip.
Meerbepaald één van de bekendste scènes uit het verdomd rijke œuvre van het anarchistische combo wordt dunnetjes overgedaan: de door cinefielen gedoopte Stateroom-scène. In deze scène verzamelen 15 personen zich op een piepkleine kajuit. Zowel in de film als in de strip donderen de personen in het vervolg op de scène uit de kajuit nadat een kapitein poolshoogte komt nemen.
Voor de strip tekende Cambré het personage van de dokter naar wenkbrauw-, sigaar- en snorremans Groucho Marx (1895-1977), de bekendste en snedigste Marx Brother. Tevens de man van vele onsterfelijke citaten als daar zijn "Ik wil nooit lid worden van een vereniging die mij als lid aanvaardt", "Achter elke succesvolle man staat een vrouw. Achter haar staat zijn echtgenote", "Een man is maar zo oud als de vrouw die hij bepotelt", "Buiten een hond is een boek je beste vriend. Binnen in een hond is het te donker om te lezen".

A Night At The Opera (1935) is de eerste film van de Marx Brothers bij MGM, onder supervisie van Irving Thalberg, met wie de broers voortreffelijk konden samenwerken. Zoals de titel doet vermoeden, draait het om een operagezelschap dat in financiële nood verkeert. Otis B. Driftwood (Groucho) doet zijn best om de gunsten te winnen van de steenrijke Mrs. Claypool (Margaret Dumont), terwijl Fiorello (Chico met onafscheidelijk hoedje) en Tomasso (de 'stomme' krullenbol Harpo) proberen te voorkomen dat de arrogante bruut Rodolfo Lassparri (Walter Woolf King) met alle eer strijkt. Het romantische subplot bestaat uit een romance tussen zangeres Rosa Castaldi (Kitty Carlisle) en de getalenteerde nieuwe aanwinst Riccardo Baroni (Allan Jones), die de concurrentiestrijd aangaat met Lassparri. Naast de Stateroom-scène is de moeizame contractbespreking tussen Groucho en Chico een andere klassieke scène uit de film.


11/06
2005
Strips en Cultuur 2:
Johannes Vermeer / Kobe de Koe / Gilles de Geus
In Kobe de Koe: Een Pad op het Slechte Pad op pagina 38 een knipoog van tekenaar Johan De Moor (op scenario van Stephen Desberg) naar het schilderij Het Melkmeisje uit 1658 van de Nederlander Johannes Vermeer. Een dubbele knipoog eigenlijk want Kobe is een koe en een koe geeft melk... 't Is erg gesteld met ons wantrouwen in jouw intelligentie als we dat al moeten uitleggen.
En uiteraard moest vroeg of laat ook een Nederlandse striptekenaar met een Vermeer-verwijzing op de proppen komen. Hanco Kolk deed het in zijn hilarische lach-of-ik-schiet reeks Gilles de Geus, meerbepaald deel 6: Spionage (op scenario van Peter De Wit) op pagina 32. Het geuzengezelschap brengt er trouwens een bezoekje aan het atelier van die andere bekende Nederlandse schilder, Rembrandt.

Van Vermeer zijn tegenwoordig zo'n 35 werken bekend. Zijn vroege schilderijen (vooral historiestukken) tonen de invloed van de Utrechtse Caravaggisten. In zijn latere werk concentreerde de schilder zich op zorgvuldig geconstrueerde interieurs met één of enkele mensen (meestal vrouwen). Het zijn intieme genrestukjes waarin de hoofdpersoon zich wijdt aan een alledaagse bezigheid: de een leest een brief, een ander doet een ketting om haar hals of schenkt melk in een pot. Vaak is er een venster te zien waardoor het daglicht binnenkomt. Vermeer was een meester in de weergave van de lichtval op voorwerpen en in de stofuitdrukking van uiteenlopende materialen.


28/05
2005
Strips en Cultuur 1: Rafaël / Sabels en Galjoenen
Vaak verstoppen auteurs hun bewondering niet voor een andere auteur, een bepaalde film, een kunstwerk of dergelijke meer. Het is aan de aandachtige lezer — die ook wel oog heeft voor het ander schoons op aarde — om dat te herkennen.
In Sabels en Galjoenen 6: Luna Incognita (op zich al een reeks die barst van de theaterelementen) staat op pagina 27 een prentje dat refereert naar De School van Athene (circa 1510-1511) van de Italiaanse schilder Rafaël.

De School van Athene is in opdracht van de toenmalige paus gemaakt, als weerspiegeling van diens macht en invloed. Het is de volmaakte uitdrukking van de klassieke geest: de belangrijke figuren Plato en Aristoteles bevinden zich in het midden. Zij discussiëren over hun ideeën in de filosofie. De compositie is ritmisch onderverdeeld: de monumentale architectuur achter hen is symmetrisch opgebouwd, en de andere figuren op de voorgrond zijn ook evenwichtig verdeeld. Er worden zowel filosofen uit de oudheid afgebeeld als uit de renaissance wat hen verbind met het verleden.
In Sabels en Galjoenen ging het in deze passage ook over filosofen, "Een ware plaag! Je kunt je kont niet keren of je ziet er wel een! Altijd aan het rondzwerven, altijd op zoek naar mensen om mee te discussiëren."