BelgenTop 50 'Aller Tijden'

 

11
Thorgal 5: De Schaduwen Voorbij
Plot: Thorgal ziet er als een schooier uit als hij het verhaal binnenstrompelt. In zijn spoor volgt de jonge en dolverliefde Shaniah, medeverantwoordelijk voor de verwoesting van hun beider geboortedorp (lees De Zwarte Galei) en de vermeende dood van zijn vrouw Aaricia. In een doorzopen taveerne herkent een grijsaard Thorgal door de sleutel van de tweede wereld rond z'n nek, een geducht wapen zo blijkt. De gebroken man Thorgal wordt meegetroond naar een heiligdom. Thorgal moet doordringen tot achter de tweede wereld om zijn geliefde te redden.
Topwaardering: Na zijn heldenavonturen in De Zwarte Galei (nummer 60 in onze BelgenTop) toont Thorgal zich aanvankelijk van zijn meest kwetsbare kant. Het verlies van Aaricia valt 'm zwaar. Een zielloos hoopje vlees en botten is wat van hem rest, in bescherming genomen door een jong meisje dat voor haar verliefdheid domme daden stelde. Sentiment en emotie, niet in het minst door de (on)bedoelde (zelf)opoffering op het eind, plaatsen definitief de rechtvaardige held Thorgal in de spotlichten als een broze mens met een zwakke plek: de liefde voor zijn vrouw. De mythische queeste die hij actief ondergaat weekt de antipode, zijn avontuurlijke aard, in hem los. Een fantastisch dubbele persoonlijkheid dat in latere albums wordt uitgediept.
Aantal genomineerde albums van Rosinski: 22
Aantal genomineerde albums van Van Hamme: 40
Weetjes: Het doorsnijden van de levensdraad is geïnspireerd op de Griekse mythe Orpheus en Eurydice • De witte weg die Thorgal en Shaniah onder geen enkele voorwaarde mogen verlaten, is dan weer een vondst die we allen herkennen uit The Wizard of OzDe Schaduwen Voorbij wint in zijn verschijningsjaar 1983 de Grote Prijs Saint-Michel, ooit een belangrijk Belgisch stripfestival. Deel 2, Het Eiland van de Bevroren Zeeën, leverde Rosinski in 1979 al de Grote Prijs Saint-Michel op voor het beste realistische tekenwerk • Graza, de inkleurster van Thorgal, is de echtgenote van tekenaar Zbigniew Kasprzak (noem 'm maar vlug Kas), Rosinski's landgenoot en latere tekenaar van de sciencefictionreeks Hans waarvan in 1983 het eerste album verschijnt op scenario van André-Paul Duchâteau... en uiteraard getekend door Rosinski • 60% van het Thorgal-lezerspubliek bestaat uit vrouwen • Verschillende van Thorgals beproevingen zien we terug in het kortverhaalniemendalletje De Barbaarse Maan van het duo Rosinski + Van Hamme. Het verscheen in Super Kuifje 26 (1984) met als thema Ridders. De cover is trouwens ook van Rosinski. De ontmoeting met de prinses, gelegen in een bed boordevol kussens, heeft anders ook wel wat weg van de eerste kennismaking van J'on, de Chninkel, met Volga de zieneres... • De Parijse galeriehouder Daniel Maghen deed in 2005 zijn boekhouding eens open. Het klapstuk is de originele cover van Thorgal 5: De Schaduwen Voorbij, uitgevoerd als een olieverfschilderij van 80 cm breed x 120 cm hoog, dat van eigenaar wisselde voor zestigduizend euro. Vier andere Thorgal-covers van minder mythische albums zijn in de galerie trouwens al voor twintigduizend euro per stuk van de hand gegaan.
D A T A S H E E T
Tekenaar:
Grzegorz Rosinski
Scenarist:
Jean Van Hamme
Uitgever:
Lombard/Albracht
Eerste druk: 1983
Oorspronkelijke titel:
Thorgal 5: Au-delà des Ombres
Uitvoering:
SC, kleur


12
Samber 1: Minder is Meer...
Plot: De onmogelijke liefde tussen Bernard Samber, zoon van een gegoede maar gestoorde familie, en Julie, een uitgestoten, zigeunerachtige stropersdochter met bloedrode ogen in het Frankrijk van de 19de eeuw.
Topwaardering: Daar waar Hislaire in het weekblad Robbedoes nog de zwart-wit reacties "Ik hou er niet van" of "Ik vind dit enorm goed" losweekt bij de lezers met zijn romantische Frommeltje en Viola, slaat hij onder het pseudoniem Yslaire bij het verschijnen van het romantisch-dramatische Samber 1 een heipaal van jewelste in het striplandschap. Zijn tekenstijl schaaft hij voor dit hooggewaardeerde liefdesepos bij tot een meer realistische variant. De historische context en de karaktervolle typering van de personages zorgen voor een grote geloofwaardigheid... of tenminste voor een grote bereidheid tot geloofwaardigheid. Het doordachte kleurgebruik is dan nog niet het laatste compliment dat we bij dit album kunnen plaatsen.
Aantal genomineerde albums van Yslaire/Hislaire: 5
Aantal genomineerde albums van Balac/Yann: 2
Weetjes: Aanvankelijk zetten Yslaire en Balac (= Yann) de serie Samber op als een project voor 120 pagina's. Bij de uitwerking van dit eerste deel merken ze dat de geplande start veel meer in beslag zal nemen. De auteurs opteren dan maar voor een vier- of vijfluik, maar dat zal anders evolueren • Zowel Yslaire (in 1975) als Yann (in 1974) debuteren in Robbedoes met een Vrij Vel, twee pagina's waarin debutanten min of meer carte blanche krijgen voor een eigen stripverhaal. Ook Conrad, Frank en bijvoorbeeld Kamagurka zien we op deze pagina's debuteren • Tussen Frommeltje en Viola (waarvan het vierde verhaal nooit is voorgepubliceerd in Robbedoes en later — EEN SCHANDE! — ook nooit in een Nederlandstalig album) en Samber ligt de concipiëring van twee andere projecten. Lulu Chine is een triest, magisch-realistisch en zelfdestructief verhaal over een jonge vrouw die koste wat het kost naar China wil. (A Suivre), de Franse variant van Wordt Vervolgd, aan wie Lulu Chine wordt aangeboden, weigert het verhaal. De 4,5 uitgewerkte pagina's duiken later op in de albumpublicatie La Bande à Renaud bij uitgeverij Guy Delcourt. Het andere project is de gewelddadige en barokke ridderstrip Tannenbaum dat bedoeld is voor het geplande stripblad L'Aventure. Aan het blad zouden ook Yann en Conrad, Cossu, Berthet, André Geerts, Frédéric Jannin, Yves Schlirf en Alain De Kuyssche deelnemen. Het project raakt nooit van de grond • De zwart/rode kleurschakeringen staan respectievelijk voor de dood en de liefde. In de compleet heringekleurde en deels hertekende versie in 2003 wordt het contrast nog sterker doorgetrokken • Het antropologische essay "De Oorlog der Ogen" van het personage Hugo Samber sluit nauw aan bij de werkelijke racistische theorieën uit die tijd • Yann is geen Belg en is een vreemde eend in deze bijt. Hij is geboren in Marseille, maar woont al vele jaren in Brussel • De samenwerking tussen Yslaire en Yann duurt niet langer dan het eerste deel en de pagina's 1 tot 3 en 26 tot 46 van deel 2, dat Yann drie of vier keer heeft moeten herschrijven van Yslaire. De reden voor het stopzetten van hun gebundelde krachten is omdat ze allebei anders tegen de serie aankijken. Yann ziet het eerder als een feuilleton en Yslaire als een roman • De 19de eeuw is volgens kunst- en andere cultureel verheven middens de Eeuw van de Romantiek • Het personage Bernard heeft dezelfde voornaam als de tekenaar Bernard Hislaire, een ideetje van Yann • Samber is doordrongen van de sfeer van de Franse schrijver Victor Hugo, de auteur van onder andere Les Misérables en De Klokkenluider van de Notre Dame en een favoriet van Yslaire. Verschillende zinnen komen rechtstreeks uit de boeken van Hugo, maar ook uit romans van de Franse schrijvers Lamartine en Nerval • Het pseudoniem Balac koos Yann om in de eerste plaats geen verwarring te scheppen met zijn andere werk voor bijvoorbeeld De Onnoembaren, de homo-parodie Bob Marone en ander humoristisch werk. Balac lijkt op Balzac, alweer een Franse schrijver, en is bovendien de familienaam langs moederskant • De naam van het geslacht Samber kwam er door de geplande titel: Sang (bloed), maar dat vonden de auteurs te expliciet. Yslaire laat zich meeslepen en rijmelt er op los, eerst met behulp van het woordenboek, later door gedachtensprongetjes: sang... sans... cendre... sombre... Sambre! • Het huis van de Sambers is gebaseerd op het huis van Yslaires toenmalige vriendin in de versie van Yann of het huis van Yslaires kindertijd volgens hemzelf • In Yanns alternatieve versie van deel 4 zouden Bernard en Julie sterven op het kerkhof van Père Lachaise, gefusilleerd door revolutionairen van de Commune. Ze zouden gelukkig sterven omdat ze eindelijk samen zijn na een bijna hopeloze, dramatische zoektocht in deel 2 en 3 met de drie Franse revoluties op de achtergrond • Op aangeven van Yann kleurt Yslaire de ogen van Julie aanvankelijk groen. Maar dankzij het zwart/rood gekleurde album De Kakkerlakkenkiller van Jacques Tardi ontwikkelt Yslaire een fetisj voor de kleur rood • De titel Minder is Meer is een regel uit een gedicht van Alfred de Musset dat hij schrijft na zijn scheiding van George Sand • Je zou het niet durven vermoeden als je originele schetsen of reproducties ervan ziet, maar Yslaire werkt voor zijn figuren nooit naar model, altijd alles uit het hoofd • In een speciale stripfigurenreeks staat ook Julie in 1987 of 1988 te pronken in de Franse Playboy. Bernard houdt op de achtergrond een oogje in het zeil • Is het je ooit opgevallen dat Sambers en Julie's ogen en haarkleur elkaars negatief zijn? • Het Samber-epos zou volgens planning uit maximum twaalf delen bestaan (de vier verschenen delen van de eerste cyclus en acht delen van de huidige, tweede cyclus), met parallel daaraan misschien een verhaal over de jeugd van Hugo Samber • In Un Harem de Papier uit 2004 bekent Yann het volgende: "In het midden van de eerste episode leed Hislaire lange tijd aan een depressie. (...) Hij verdween twee weken lang zonder een teken van leven te geven, terwijl de voorpublicatie van Samber al liep in Vécu. Filippini kwam steeds vaker langs in het atelier. Hij zocht nieuwe pagina's omdat de voorpublicatie al begonnen was. Van vier pagina's per maand moest hij overschakelen naar twee, vervolgens één... Woedend dreigde hij ermee het verhaal te onderbreken. Ik wist niet wat te antwoorden. Christian Darasse, die de decors tekende, was er ook en gelukkig had Bernard nogal wat potloodtekeningen en half geïnkte prenten gemaakt. Darasse en ik hebben dan samen twee pagina's gemaakt naar zijn tekeningen. Het was een scène op een kerkhof en omdat Darasse er al decors voor had getekend, volstond het om deze te monteren, voorgaande prentjes te kopiëren en te herschikken. Zelf heb ik de kiezelstenen op de grond getekend om Darasse te helpen en verder heb ik de armen van Julie afgeknipt en ze uit een grafkelder laten komen om de held te grijpen, enzovoort. We hebben de platen zo ingediend. Toen Bernard terugkeerde, ongelukkig, overtuigd van het onvermijdelijke en de stopzetting van Samber, hebben we hem gezegd dat de serie werd voortgezet alsof er niets geburd was. De bewuste pagina's staan nog steeds in het album..."
Yslaire omschreef hij eerder in het boek als een fascinerende, geniale tekenaar die toen onder andere een jeans droeg in roze fluo. Yann beweert ook dat het zijn idee was om voor Samber de realistische toer op te gaan met een sober kleurenpalet, bleke aangezichten, rode kleurtoetsen,... Niettemin, de pagina's met het knip- en plakwerk waarvan sprake zijn de platen 22 en 23.
D A T A S H E E T
Tekenaar:
Yslaire
(Bernard Hislaire)
Scenarist:
Balac (Yann = Yannick Lepennetier)
Uitgever:
Glénat
Collectie:
Prestige
Eerste druk: 1986
Oorspronkelijke titel:
Sambre 1: Plus ne m'Est Rien...
Uitvoering:
HC, kleur


13
Coma 1: Vincent
Plot: De jongen Vincent komt terecht in een bos, samen met een groep andere kinderen. Hoe hij in het bos geraakt is weet hij niet, maar hij begrijpt snel wat het bos eigenlijk voorstelt. Maar dat is niet zijn enige zorg: de groep moet voortdurend op de hoede zijn voor de 'prikkers', monsters die personen doen verdwijnen. Bovendien blijkt de leider van de groep een etter te zijn die de mooie Dana wel ziet zitten.
Topwaardering: In bepaalde middens is Steven Dupré een afgod die niets verkeerd kan doen. Nochtans is de eindscore een optelling van veel meer dan enkel topscores van deze diehard-fans. Het psychologische element in de uitmuntend realistisch getekende Coma-reeks overstijgt de pulpfantasy van veel Franse importreeksen. Dat Dupré, net zoals al te veel Vlamingen, nog het meeste erkenning krijgt als hij eerst in het buitenland publiceert, mogen we wijten aan het belachelijk misplaatste underdog-gevoel van de doorsnee Vlaming. Wees nu eens trots op wat er al altijd was, zeg.
Aantal genomineerde albums van Dupré: 5
Weetjes: Steven Dupré debuteert in 1986 met het kortverhaaltje Romeo's Kustperikelen in het Zee Zon Zand Stripboek van Standaard Uitgeverij. Zijn pseudoniem luidt dan nog Dust • Een jaartje later, in 1987, verschijnt Wolf voor het eerst in de kranten Het Volk en Het Laatste Nieuws • Tussen het laatste album van Sarah & Robin en Coma liggen vier jaar waarin Dupré zich bezighoudt met animatie en proefprojecten met verschillende scenaristen zoals Yann, Hulet, Marvano, Virginie Vanholme (Doodsbang),... Ze draaien allemaal op een sisser uit, op hier en daar een kortverhaaltje na • Als Tome & Janry te kennen geven dat ze willen stoppen met Robbedoes, vraagt Dupuis aan onder andere Dupré om een paar proefplaten te tekenen. Uiteindelijk gaan de Spanjaard Munuera en de Fransman Morvan met de buit lopen • Ook voor De Pioniers van De Nieuwe Wereld door Jean-François Charles maakt Dupré proefplaten. Hier zal Vlaming Ersel de reeks overnemen • Steven bekent een groot bewonderaar te zijn van Régis Loisel, Bernard Hislaire (zie Samber hierboven) en Frank Pé (zie Zoo op nummer 18) • Steven krijgt het idee voor Coma eind jaren tachtig wanneer een persoon veel te laat op een afspraak aankomt. Als Steven dan vraagt waarom hij te laat is, antwoordt deze: "Wel, in coma, hé". Stevens radertjes draaien in werking en hij proeft de internationale klank van het woord "coma". Volgens hem is er nooit eerder iemand geweest die een comateuze toestand als een locatie opvatte • In Stripschrift 211 uit 1986 publiceert het Nederlandse stripinfotijdschrift een reeks onvoltooide projecten van Vlaamse en Nederlandse auteurs. Coma Ni Padme Hum door Bart van Erkel en Martin Lodewijk is bedoeld als een album voor de Buldog-reeks van Paul Rijperman (later Atomium-reeks genoemd na de overname van Loempia). De dertig afgewerkte pagina's van eind 1983, begin 1984 blijven stof vergaren bij gebrek aan de dialogen waarvoor Martin Lodewijk plots geen tijd/zin meer heeft. In het verhaal belandt een man in een ziekenhuis in coma. In het schemergebied tussen leven en dood beleeft hij een bizar avontuur waarin hij het moet opnemen tegen zijn echtgenote, de dokter uit het ziekenhuis en een afzichtelijk monster dat de eerbaarheid van zijn verpleegster bedreigt • Standaard Uitgeverij vraagt Steven eens iets anders te maken dan Sarah & Robin. Maar het Coma-project belandt later in de spreekwoordelijke kluis van de uitgever. Daar blijft het enkele jaren liggen en komt er pas uit na het nodige juridische getouwtrek om de rechten terug te krijgen • Dupré helpt een handje aan Sam 6 (1995) en 7 (1996) van Jan Bosschaert en Marc Legendre. Hij verzorgt het inktwerk en het uitwerken van decors • Dupré is de hoogst genoteerde Vlaming die zijn carrière start in Vlaanderen en bovendien nog steeds woont in Vlaanderen • Zelf voelt hij zich geen Vlaamse tekenaar. Steven groeit op met de weekbladen Kuifje en Robbedoes en ziet zich daarom eerder in een Franstalige traditie staan. Johan en Pirrewiet sprak hem bijvoorbeeld meer aan dan Suske en Wiske of Jommeke • Een specialisatie van Dupré is het tekenen van bomen en bossen wat hem heel goed uitkomt voor het eerste tweeluik van Coma • Door zijn Frans klinkende familienaam, denken bepaalde recensenten in Frankrijk dat Coma 1 het debuut is van Steven Dupré • Op zelfstandige basis werkt Steven voor de Vlaamse animatiestudio's Barking Bananas en DFJ (De Familie Jansen bvba) waar hij onder andere figuurstudies en lay-outs maakt voor de Vlaams/Duitse tekenfilm Tijl Uilenspiegel en ander werk voor Duitse animatie-tv-reeksen • Het animatieavontuur is bijlange nog niet afgelopen want Steven heeft een project lopen rond de langspeelanimatiefilm Midgard naar een eigen scenario. Midgard combineert een historisch verhaal met sciencefiction • Coma 1 is de hoogst genoteerde 21ste-eeuwse strip in deze BelgenTop • Hoewel er een betrekkelijk Vlaams succes valt op te tekenen, beslist uitgeverij Glénat om na deel 3 — en na een verbluffende cliffhanger — de reeks te stoppen. De reeks loopt voor geen meter in Frankrijk en het kostenplaatje voor een exclusief Nederlandstalige uitgave is niet rendabel voor de uitvoering in hardcovereditie. Ondertussen poogt Dupré de rechten op Coma terug te vorderen van Glénat. Vreemd genoeg blijft de Franse editie wel genoteerd in het huidige, beschikbare catalogusaanbod.
D A T A S H E E T
Tekenaar:
Steven Dupré
Scenarist:
Steven Dupré
Uitgever:
Glénat
Collectie:
Grafica
Eerste druk: 2002
Uitvoering:
HC, kleur


14
De Klaagzang van de Verloren Gewesten 1: Sioban
Plot: De eeuwige strijd tussen goed en kwaad met aan de ene kant het jonge, vrijgevochten en vaderloze meisje Sioban en aan de andere kant Lord Blackmore aan wie Siobans moeder is toegewezen. Van een huwelijk walgt Sioban evenwel. Ondertussen is de Genadekrijger semus naar het kind Sioban op zoek.
Topwaardering: Magie, middeleeuwse en Keltische avonturenelementen, de zwart-wit strijd tussen goed en kwaad,... Mits goed gemixt kan de cocktail bijzonder goed smaken. En dat doet het met volle overtuiging in dit middeleeuwse fantasyepos. Jean Dufaux schrijft ongetwijfeld op zijn best als hij een historisch gesitueerde reeks mag schrijven, getuige de populariteit van zowel deze reeks als het Romeins-historische Murena. Rosinski steekt een tandje bij om zijn grafische talenten te botvieren op landschapen die in Ierland en Schotland gesitueerd lijken, statige en frivole personages en enthousiaste oorlogsscènes.
Aantal genomineerde albums van Rosinski: 22
Aantal genomineerde albums van Dufaux: 22
Weetjes: Het verhaal van De Klaagzang van de Verloren Gewesten is oorspronkelijk bedoeld als een one-shot, verdeeld over twee albums • Tegenwoordig is Rosinski een waar idool voor de jonge tekenaars in zijn thuisland Polen en wordt hij er beschouwd als een pionier. Hij is de enige Pool die als stripauteur carrière heeft gemaakt. Elk van zijn albums is er vertaald • Tussen de 22 genomineerde albums van Dufaux zitten alle albums van De Klaagzang van de Verloren Gewesten en Murena • Achteraf bevalt de tekenstijl van De Klaagzang Rosinski niet. Hij zou het liever radicaler van techniek, beeldregie en vertelritme zien verschillen met Thorgal. Iets wat hij later wel doet voor het one-shot Western (2001) op scenario van die andere Jean, Van Hamme • Een bijnaam van Dufaux is Monsieur Noir (naar zijn tweeluik met Griffo, Mister Black) voor de duistere kant in zowat al zijn verhalen • In tegenstelling tot andere scenaristen die volgens de regeltjes van het vak werken, weet Dufaux bij elk album amper wat er in het volgende album staat te gebeuren. Zo blijft de tekenaar in het duister. Scenarist Stephen Desberg denkt daar het zijne van: "Hij heeft de leiding en alleen hij bepaalt wat er gebeurt in de serie. Dat een werkwijze als de zijne nogal eens botst met tekenaars als Griffo, Rosinski en Marini verwondert mij niet". Desberg benadrukt dat het kritiek is op zijn werkwijze en niet op de persoon Dufaux.
D A T A S H E E T
Tekenaar:
Grzegorz Rosinski
Scenarist:
Jean Dufaux
Uitgever:
Dargaud
Eerste druk: 1993
Oorspronkelijke titel:
Complainte des Landes Perdues 1: Sioban
Uitvoering:
SC, kleur


15
De Eeuwige Oorlog 1-2-3
Plot: Hoewel niemand ooit een Tauraan zag, krijgt een legereenheid in 2010 een opleiding om ten oorlog te trekken tegen het buitenaardse volk. We volgen de carrière van Mandella als soldaat in het eerste deel, als luitenant in deel 2 en als majoor in het afsluitende deel 3. Met het tijdreizen als één van de mogelijkheden overspant deze carrière bijna twaalf eeuwen.
Topwaardering: De Eewige Oorlog is een sublieme trilogie waarin Marvano, geruggensteund door de oorspronkelijke sf-roman van Joe Haldeman, The Forever War, de waanzin van de oorlog aanklaagt. Het juryrapport van de Bronzen Adhemar Stichting roemt Marvano in 2001 voor zijn internationale tekenstijl die, ondanks zijn afstandelijkheid, de lezer naar de keel grijpt. En verder dat Marvano één van de eerste Vlaamse striptekenaars is die de Amerikaanse comic-achtige sf dichter bij het publiek brengt. Waarvan akte.
Aantal genomineerde albums van Marvano: 2
Aantal genomineerde albums van Haldeman: 2
Weetjes: Marvano start zijn carrière na de middelbare school als binnenhuisarchitect • Op zijn twintigste stuurt hij tekeningen naar Berck (= Arthur Berckmans) die hem prompt opbelt met de vraag of hij assistent wil worden. Marvano denkt er een week over na en weigert met de reden dat hij zijn eigen stijl wil ontwikkelen • Marvano blijkt een Trekkie te zijn, een min of meer fanatieke fan van de sciencefictiontelevisiereeks Star Trek • Marvano illustreert sf-boeken voor de uitgeverijen Meulenhoff (Nederland) en Heyne (Duitsland) en maakt omstreeks 1980 illustraties voor het Nederlandse sf-tijdschrift Orbit. Het mondt uit in het stripalbum De Vlucht van het Paard naar het boek van Larry Niven, The Flight of the Horse, tevens schrijver van Ringworld • In 1982 volgt hij Marc Legendre op als hoofdredacteur van de Nederlandstalige Kuifje, een functie die hij vier jaar zal uitoefenen. Op de redactie prutst hij wat aan De Eeuwige Oorlog: losse potloodkrabbels, een uitgewerkte dialoog,... • In 1986 staat Marvano op het punt de western Comanche over te nemen met de zegen van Hermann. Problemen bij Lombard (een nieuwe eigenaar) en de scenarist (Greg wil het scenario niet afwerken) en een nieuwe functie als uitgever bij Den Gulden Engel blazen alle bruggen op, hoewel er een ondertekend contract bestaat. Rouge neemt uiteindelijk Comanche over • Als uitgever voor Den Gulden Engel heeft hij de eerste Nederlandstalige albums uit van De Onnoembaren door Yann en Conrad, Rona door de Bretoen Malo Louarn, werk van Wasterlain, Erika Raven en anderen. Hij neemt er ontslag vooraleer de uitgeverij ermee stopt • Marvano en Haldeman ontmoeten elkaar voor het eerst op een sciencefictionconventie in Gent • De Eeuwige Oorlog is een bewerking van The Forever War (1974), een roman van de Amerikaan Joe Haldeman. Het boek put uit het Vietnamverleden van de schrijver • Haldeman raakt op 14 september 1968 zwaar gewond na een schermutseling dat een heus bloedbad wordt. Hij wordt met een helikopter afgevoerd en heeft meer dan tweehonderd wonden waarvan zowat twee dozijn ernstig. Vier mannen van zijn sectie sterven bij de slag. De volgende vijf maanden moet Haldeman opnieuw leren lopen • Marvano maakt eerst enkele proefplaten en presenteert ze op een sf-congres in het Britse Brighton waar Haldeman aanwezig is. Twee dagen later geven zijn literair agent en Haldeman hun officiële toelating om The Forever War te verstrippen • Het stripscenario is uitsluitend het werk van Marvano. Haldeman heeft daar niets mee te maken • Voor de ruimteschepen baseert Marvano zich op voorbeelden uit Star Wars en van Chris Foss, maar ook voorwerpen uit zijn buurt zoals een haardroger en een puntenslijper schenken inspiratie • De basis van de Tauranen in het eerste deel is gebaseerd op een stuk speelgoed van zijn driejarige dochtertje. Eenzelfde basis komt voor in een album van Mœbius • De haai in het tweede album haalt hij uit een boek van documentairemaker Jacques Cousteau. De haai is al eens identiek hetzelfde getekend (én gekleurd) in De Droom van de Haai door de Duitser Matthias SchultheissDe Eeuwige Oorlog wordt ook voorgesteld aan Lombard, Dargaud en Glénat. Deze laatste vindt de ruimteschepen te gewoon en niet futuristisch genoeg • De Eeuwige Oorlog verschijnt ook in een Amerikaanse editie • Een eerdere samenwerking met een schrijver levert Solitair op, geschreven door Bob Van Laerhoven, toevallig de vertaler van de roman The Forever War • Ook de reeks Rourke is geënt op boeken van een schrijver, de Franse Paul Sulitzer • Met Haldeman werkt Marvano ook nog eens samen aan de opvolger Een Nieuw Begin (Dargaud) en Dallas Barr (Dupuis/Lombard) • In 2001 wint Marvano de Bronzen Adhemar • Haldeman is een fervente fan van het werk van de Amerikaanse schrijver Ernest HemingwayDe Eeuwige Oorlog deel 1 is het vierde album dat uitgegeven is in de collectie Vrije Vlucht • Van De Zeven Dwergen, dat andere album van Marvano in de collectie Vrije Vlucht, worden de onverkochte restanten vernietigd. Het is één van de redenen om te vertrekken bij Dupuis • De inkleuring van De Eewige Oorlog is het werk van Bruno Marchand, zijn debuut • Haldeman bestempelt De Eeuwige Oorlog als een anti-oorlogsroman maar absoluut geen anti-soldatenroman.
D A T A S H E E T
Tekenaar:
Marvano (Mark van Oppen)
Scenarist:
Joe Haldeman
Uitgever:
Dupuis
Collectie:
Vrije Vlucht
Eerste druk:
1988-1989
Oorspronkelijke titel:
La Guerre Éternelle
Uitvoering:
HC, kleur


16
Brieven uit de Bar (Integrale Uitgave)
Plot: Célestin en Leila zijn twee rijpe kinderen. De eerste vlucht weg uit zijn geboortedorpje in het hartje van Afrika en wil naar het rijke westen, naar Europa. De Marrokaanse Leila trekt weg uit Frankrijk waar ze is geboren en wil naar Marroko, het land van haar grootouders. Hun turbulente pad kruist elkaar op een weinig denkbare plaats: een schamele bar van een oude Fransman, midden in de woestijn, maar ze kunnen niet samenblijven. De Fransman vertelt enkele van zijn bezoekers hun love story met hun brieven als bronnenmateriaal. Om met elkaar te kunnen communiceren hebben Célestin en Leila namelijk afgesproken elkaar brieven te schrijven via de bar van de oude Fransman.
Topwaardering: Als we Samber als een historische liefdesroman beschouwen, dan kunnen we het bezielde Brieven uit de Bar met ons volle verstand de hoogst genoteerde liefdesroman noemen. De omschrijving van een moderne Romeo en Julia-variant, maar dan zonder de families Montaigu en Capulet, vinden we nog te weinig welluidend om de aangrijpende liefdeshistorie weer te geven van twee mensen die net buiten hun maatschappij staan en elkaar (net niet) vinden. Elke lezer moet erkennen dat Brieven uit de Bar een grote en ontroerende indruk nalaat. Denis Lapière maakt van vertelkunde een vertelkunst terwijl Stassen met zijn illustratieve tekenstijl refereert naar de Klare Lijn: helder en duidelijk van kleur, zoals veel Afrikaanse kunst, maar met dikkere zwarte lijnen. Bijna als glas-in-loodramen. Brieven uit de Bar is daarom meer dan zomaar een meesterwerk.
Aantal genomineerde albums van Stassen: 2

Aantal genomineerde albums van Lapière:
3
Weetjes: Als vijftienjarige knaap raakt de jonge Stassen in de Waalse stad Luik in aanraking met de politie die hem op heterdaad betrapt. Om zijn boete te kunnen betalen kan hij via een Marrokaanse vriend een betaalde strip in opdracht maken over migratie, zijn eerste stripverhaal • Een jaar later verlaat hij Luik en reist kriskras door Europa. In Parijs gaat hij bijvoorbeeld naar de punkconcerten van The Clash waar hij gek op is. Hij trekt op met mensen van de punkband en mag er aan de slag als roadie • Tussen het touren in Frankrijk en onder andere Nederland door experimenteert hij met graffitti en illustraties voor een muziekblad van een vriendin • Lapière is de eigenaar van een boekenwinkel in Charleroi vooraleer hij zijn eerste stripscenario's schrijft voor jeugdvriend Éric Maltaite, de zoon van Will (= Willy Maltaite, de tekenaar van Baard en Kale). Ze verschijnen in Robbedoes. Voor l'Echo des Savannes schrijft hij de strip Mono Jim dat alweer getekend wordt door Éric Maltaite. Kort daarop ontmoet hij de zeventienjarige Stassen waarvoor hij kortverhalen schrijft die voorgepubliceerd worden in l'Echo des Savannes. De zwarte humoristische bundel Bahamas (1988) en kort daarop Bullwhite (1989) over het McCarthyisme, de communistenjacht in Hollywood, verschijnen daarna als album bij Albin Michel en zijn niet vertaald. De tekenstijl twijfelt tussen Hergé en Ted Benoit • Na deze twee albums trekt Stassen opnieuw op reis en spendeert ruim twee jaar in landen buiten Europa: Senegal, Burkina Fasso, Mali, Algerije en Marroko. Hij komt er aan de kost in restaurants en bars. Vooral een lange reis in Marroko maakt hem verliefd op het land en het Afrikaanse continent • Liftend door de Sahara wordt Stassen eens afgezet langs een piste, midden in de woestijn. Een maand later neemt iemand de lifter mee • Opnieuw in België zet Stassen een expositie op met gouaches die hij in Noord-Afrika maakte. Lapière is aangenaam verrast en stelt een nieuwe samenwerking voor op basis van Stassens reisverhalen. Het tweeluik Brieven uit de Bar is geboren • Een jaar vóór de publicatie van deel 1, neemt Lapière de reeks Baard en Kale over van Stephen Desberg. Na één kortverhaal met Will tekent Sikorski daarna de reeks Baard en Kale dat voluit de detectivetoer opgaat • Als tekenaar bewondert Stassen Hergé en vooral David B. • De tekenstijl van Brieven uit de Bar wordt omschreven als een turboversie van de Klare Lijn • Bijna de helft van het tweede deel wordt gerealiseerd in Tanger • Brieven uit de Bar wint sinds zijn eerste verschijning verschillende internationale prijzen. In 2004 wordt het door het Franse ACBD (l'Association des Critiques et des Journalistes BD, een soort vereniging voor stripjournalisten) naar aanleiding van hun twintigjarig bestaan bekroond als beste album van de laatste twintig jaar.
D A T A S H E E T
Tekenaar:
Jean-Philippe Stassen
Scenarist:
Denis Lapière
Uitgever:
Dupuis
Collectie:
Vrije Vlucht
Eerste druk:
1992-1993
1999 (Integrale)
Oorspronkelijke titel:
Le Bar du Vieux Français
Uitvoering:
HC, kleur


17
Guust Flater R1: Flaterfestijn
Plot: Guust Flater, het manusje van alles en het kantoorhulpje van de Robbedoes-redactie beleeft zijn 'eerste' reeks gags op halve paginaformaat.
Topwaardering: De reeks rond de latex Guust (vanaf gag 118) zijn steengoeie jokes die alvast Kwabbernoot de grootste ergernissen ontlokken en de grootste angsten losweken, maar ook op een sadistische manier Guust Flater aan het werk zetten. Vele lezers kunnen de grappen moeiteloos navertellen. Nog geen Flaterfoon of andere memorabele uitvindingen, maar de kiem is er al. Robbedoes-lezers van het eerste, tweede en misschien ook derde uur hebben ontegensprekelijk een voetje voor om de gagreeks naar waarde te schatten. Aan nieuwere lezers is het moeilijk uit te leggen wat het stripweekblad Robbedoes is, zij missen de achtergrond. Zij vragen zich misschien ook af hoe het komt dat Guust überhaupt werk heeft en ervoor betaald wordt.
Aantal genomineerde albums van Franquin: 20
Weetjes: Aanvankelijk, in 1957, is er nooit sprake van dat Guust in stripgags zou optreden. De opzet is een figuur te maken die doelloos rondzwerft op de redactionele pagina's van Robbedoes en ze opvrolijkt met zijn gestuntel • Pas later verschijnen er gags, bescheiden op twee bandjes onderaan de pagina • Hoofdredacteur Yvan Delporte bepaalt het karakter van het personage en doopt hem Gaston naar een oude kennis die steeds flaters begaat • Franquin wil geeneens een nieuwe reeks opstarten. De bedoeling is dat Jidéhem, die toen al aan de reeks Robbedoes meewerkt, Guust Flater zou overnemen. In de eerste afleveringen tekent hij de decors en inkt de personages. Vandaar de strakkere lijnvoering. Franquin ziet in dat Jidéhem perfect de decors tekent, maar nooit het personage zal beheersen. Bovendien bedenkt hij nooit een gag. Hierdoor beslist Franquin om toch maar zelf door te gaan met Guust Flater. Jidéhem helpt wel mee aan Guust tot in 1968 • In het album R1 zijn de flaters opgenomen van de twee oblongalbums Flaterfeest (deel 2) en Flaters als Water (deel 3) • Guusts hoofd is gebaseerd op Snuffy Smith, een Amerikaanse gagstrip die Franquin leert kennen tijdens zijn verblijf in de VS met Will, Jijé en Morris. In een Mexicaanse krant merkt hij een stripje op over een figuurtje dat te lui is om te werken en steeds een sigaret in zijn mondhoek heeft bengelen. Franquin geeft toe dat Guust Flater een mengeling is van de twee • Guusts creatieve brein spruit voort uit de figuren Ton en Felix (uit Ton en Tineke) die in 1955 het levenslicht zien in Kuifje • Meneer De Mesmaeker, de man met de contracten, maakt zijn eerste opwachting in gag 109. De Mesmaeker is de familienaam van Jidéhem. Het in woede uitbarstende figuurtje was al getekend toen Jidéhem opmerkt dat hij lijkt op zijn vader • Reeksen gags worden gecreëerd rond Guusts kapsel, de rubberen stoel, een deur met ongelukkig besvestigde springveren, de latex Guust, een egel en een koe op de redactie • De koe op de redactie is echt gebeurd. Franquin zei tegen Dupuis dat hij van plan is een serie te maken rond een koe op kantoor nadat Guust het beest won op een tombola. Hij zou ervanaf geraken door ze als prijs uit te loven in een wedstrijd. Dupuis vindt het een prima idee en koopt een koe. Foto's dienen als documentatie, maar het komt niet direct tot een strip. Franquin vergeet de zaak een beetje. Maar na een tijdje vraagt Dupuis hoe het met de koeiengrappen zit. Wanneer Franquin eindelijk begint aan de koeienreeks, heeft Dupuis de koe al verkocht. Dupuis zoekt vervolgens een nieuwe koe, met ongeveer dezelfde zwarte vlekken en koopt er nog één omdat de wedstrijd loopt in zowel België als Frankrijk. Door de koe wordt Guust Flater zogezegd ontslagen. Maar liefst zevenduizend lezers schrijven een brief en pleiten voor zijn terugkeer. De commentaren op meneer Dupuis zijn niet mals en van het grofste soort • In dit album vindt Guust een speelgoedraket uit, een bureaukachel, de rubberen stoel, de machine-om-niet-meer-te-horen-snurken, de valluikdeur met springveren, de kauwguust, • Door de Guust-strip verandert het karakter van Kwabbernoot zienderogen: hoe gekker Guust doet, hoe ernstiger Kwabbernoot wordt, ook in de Robbedoes-strips. Kwabbernoot is in de Jijé-versie, die het personage creëert, trouwens zelf de Guust Flater van de Robbedoes-redactie geweest • Deze editie wordt later opnieuw opgenomen in de huidige chronologische reeks • Op de Waalse omroep RTBF en de Franse zender A2 loopt in 1989/1990 het stripprogramma Merci, Gaston dat zich afspeelt op de kantoren van Dupuis en nieuws verschaft over nieuwe strips bij de uitgeverij. Verschillende gags van Guust Flater, met Kwabbernoot en Robbedoes, worden door vermomde acteurs met gigantische poppenhoofden nagespeeld, bijvoorbeeld gag 71 (de vlieg op de lamp) uit dit album • Ofschoon de gagreeks al jarenlang stilligt na het overlijden van André Franquin en de uitgave van de allerlaatste restjes in album, behoudt uitgeverij Dupuis de reeks in de leverbare catalogus. In het Frans doen ze daar inventieve herdrukken bovenop waardoor het blijft verkopen. Meer dan dertig miljoen exemplaren, alleen al in het Frans, zijn sinds het ontstaan aan de man gebracht • Nog zes andere Guust Flater-albums raken in deze BelgenTop genomineerd. Geen enkel haalt helaas de top 50 • Net zoals The Beatles/Rolling Stones-voorkeur indertijd, bestond (en bestaat) er ook een uitgesproken voorkeur voor ofwel Franquin of Hergé. In deze BelgenTop zijn er 22 albums van Franquin genomineerd tegenover 19 van Hergé, maar de albums van Hergé worden gemiddeld hoger ingeschat. In de BelgenTop 50 geeft dat bijvoorbeeld 5 albums van Hergé (die het met slechts één te noteren serie moet doen) tegenover vier albums van Franquin uit drie verschillende reeksen (Zwartkijken incluis).
D A T A S H E E T
Tekenaar:
André Franquin / Jidéhem (Jean De Mesmaeker)
Scenarist:
André Franquin
Uitgever:
Dupuis
Eerste druk:
1963 (Flaterfeest)
1964 (Flaters als Water)
1970 (R1)
Oorspronkelijke titel:
Gaston Lagaffe R1: Gala de Gaffes à Gogo
Uitvoering:
SC, kleur


18
Zoo 1-2
Plot: Begin 20ste eeuw arriveert de Siberische, aan haar neus verminkte Anna met een groep zigeuners in Normandië. Ze ontmoet er de oude dokter Célestin die samen met zijn levenslustige pleegdochter Manon en de beeldhouwer Buggy een dierentuin beheert. Anna wordt liefdevol opgenomen door de minigemeenschap. Langzaam brokkelt de muur van stilzwijgen af en leert ze genieten van de paradijselijke dierentuinomgeving en haar nieuwe leven. Maar op de achtergrond dreigt de Eerste Wereldoorlog.
Topwaardering: De fabuleuze tekeningen, het doordachte kleurengebruik van afwisselend bruine tinten en een warm kleurenpalet (voornamelijk voor scènes waarin de natuur en de dieren aanwezig zijn), de pracht van dit alles en een liefdevol verhaal op de koop toe. Bijna kan je besluiten: wat heb je meer nodig? Maar in deze BelgenTop heb je inderdaad meer nodig om de eeuwigheid te halen. De dierentuin geldt als zinnenbeeld voor zowel een toevluchtsoord, een paradijs als een gevangenis. De spirituele ontwikkeling van Anna weekt oprechte ontroering los en wie valt nu in godsnaam niet voor de onbezonnen sensualiteit van Manon?
Aantal genomineerde albums van Frank: 4

Aantal genomineerde albums van Bonifay:
1
Weetjes: Op de vensterbank van Franks atelier prijkt een foto van André Franquin, volgens Frank een échte kunstenaar • In 1996 en 1997 werkt Frank samen met de Franse Claire Wendling tien maanden lang voor het Amerikaanse Warner Bros aan de tekenfilm Excalibur, The Magic Sword als conceptual artist. Dat betekent dat hij schetsen en voorstudies maakt van personages en decors. Het werk aan Zoo vindt Frank moeilijker. In die periode concurreren Walt Disney, Warner Bros en DreamWorks (met The Prince of Egypt waar Didier Conrad aan werkt) elkaar op de tekenfilmmarkt. Aanvankelijk was het de bedoeling een tekenfilm te maken voor een volwassener publiek, met sombere, harde Keltische invloeden. Warner krijgt echter schrik en gooit het roer om. Het doelpubliek is nu vier- tot zesjarigen. Van het oorspronkelijke scenario met trollen en draken schiet niets over en alle delen waaraan Frank werkt, worden uit het project gehaald. Frank vindt de film barslecht • Hetzelfde jaar 1993 zet hij ook de reeks Matu op voor de Japanse uitgever Kodansha • De carrière van Bonifay start in het theater • Het personage Anna komt uit een animistische gemeenschap in Siberië. Zij geloven dat de ziel van ieder wezen huist in de neus • De reden voor de lange periode tussen twee Zoo-albums ligt aan Franks andere werkzaamheden: ex-librissen, affiches, portfolio's, posters, reizen, interviews, stripfestivals en Ragebol • Net zoals met Bom (= Michel de Bom) voor Ragebol en Bonifay voor Zoo werkt Frank nauw samen met de scenaristen die hun inbreng en hun ideeën mogen uitspreken op het gebied van bijvoorbeeld de pagina-indeling. Vincent Mores: Achter Tralies (1985 in de collectie Dupuis' Avonturen) op scenario van Terence is een veel klassiekere samenwerking. Terence schrijft het scenario en Frank tekent de plaatjes. Op zo'n manier wil Frank nooit meer werken • Frank noemt zich in een vergelijking met ex-klasgenoot op Sint-Lucas Brussel, Yslaire (= Bernard Hislaire, zie Samber), eerder een Duits romanticus, gefascineerd door de natuur en het leven. Yslaire beschouwt hij als een Frans romanticus, gefascineerd door de liefde en de dood • Bonifays interesses liggen eigenlijk veeleer in de western, de sciencefiction en de Romeinse oudheid • Van begin tot eind speelt de invloed van de Russische cineast Tarkovski mee in de totstandkoming van Zoo. De keuze voor een Russin als één van de hoofdpersonages is bewust gekozen. Frank vindt dat Russen emotioneler zijn dan West-Europeanen • De Eerste Wereldoorlog zal van groot belang zijn in deel 3 en zal een beproeving zijn voor alle hoofdpersonages. Maar anders dan een Tardi (lees zijn magistrale en zeer aangrijpende Loopgravenoorlog) zal het geen historische schets van de gruwelijkheden zijn • De dierentuin zoals Frank ze ontworpen heeft, kan niet bestaan in de periode waarin het verhaal afspeelt. Eigenlijk zouden alle dieren op soort geselecteerd bij elkaar in een kooitje achter dikke tralies moeten leven • Hoewel zelfs de kleur van het voedsel van de miereneters correct is, geeft Frank toe dat hij een fout maakte door een Zuid-Amerikaanse vogel buiten te laten vliegen. Het beest behoort in een verwarmde serre • Frank leert speciaal voor Zoo nieuwe inkleurtechnieken aan. Samen met de voorbereidingen, een vernieuwde tekenstijl, documentatie verzamelen en het ontwerpen van een dierentuin kost het de tekenaar een jaar voorbereidingswerk alvorens te kunnen tekenen • De Normandische dierentuin bevat elementen en invloeden van de Antwerpse zoo • In het begin van zijn carrière zijn Franquin, Wasterlain en Dany enkele van zijn voorbeelden. Later vind hij inspiratie in artiesten buiten de strip: de cineast Tarkovski, de schilder Egon Schiele en de Franse beeldhouwer Auguste Rodin • De beeldhouwwerken van het personage Buggy zijn als het ware getekende versies van Rodins beeldhouwstijl • Als grote dierenliefhebber kan Frank er prat op gaan dat hij tussen 1976 en 1980 meer dan vijftig reptielen ter wereld bracht waaronder zestien krokodillen.
D A T A S H E E T
Tekenaar:
Frank Pé
Scenarist:
Philippe Bonifay
Uitgever:
Dupuis
Collectie:
Vrije Vlucht
Eerste druk:
1994 (deel 1)
1999 (deel 2)
Uitvoering:
HC, kleur


19
Murena Hoofdstuk 4: Voor Hen die Gaan Sterven...
Plot: Rome in het jaar 58. Agrippina, de moeder van keizer Nero heeft Murena's moeder laten vermoorden. Murena heeft gezworen de daders te ontmaskeren. Agrippina begaat inmiddels de ene misdaad na de andere om haar machtspositie veilig te stellen. In een vlaag van (historische!) waanzin besluit Nero om zijn moeder uit de weg te ruimen.
Topwaardering: Het gewelddadige Rome, ontdaan van zijn laatste vleugje romantiek, combineert realistisch, genuanceerde verhaallijnen over keizer Nero met de broodnodige politieke en familiale intriges. Dufaux knoopt er met een stapel historisch bronnenmateriaal als basis een trits wreedheden, misdaden en uitingen van verraad en machtswellust aan toe. Het zijn de vrouwen die Nero tot waanzin leidden! Murena is allerminst een educatief lesje geschiedenis. Eigenlijk is dit de soap Dynasty ten tijde van de oude Romeinen en we kunnen er niet aan weerstaan. Niet in het minst door de voortreffelijk ondersteunende tekeningen van klassebak Delaby die met duidelijk veel goesting het oude Rome en zijn inwoners doet herrijzen.
Aantal genomineerde albums van Delaby: 5
Aantal genomineerde albums van Dufaux: 22
Weetjes: Delaby's passie voor de strip start op zijn achtste als hij het Kuifje-album Kuifje in Congo krijgt van zijn vader. Naast Hergé, zijn Edgar P. Jacobs en vooral Jacques Martin zijn belangrijkste voorbeelden. Invloed uit de schilderkunst haalt hij uit het werk van Rubens, Vermeer en Ingres • Voor Delaby's bloedmooie vrouwen laat hij zich graag beïnvloeden door verschillende tijdschriften, waaronder Playboy en Penthouse. Het tekenen en samenstellen van nogal gewaagde erotische portfolio's en artwork kan Delaby als geldig excuus gebruiken voor zijn passie voor naaktfotografie. Illustraties maken voor deze portfolio's vindt hij trouwens boeiender dan strips tekenen • Eén van Delaby's erotische pin-ups siert de cover van het erotische stripmagazine Penthouse Comix (nummer 53, oktober/november 2003) • Voor Murena laat hij zich in met fotografie en films, met name films over de Romeinse oudheid: Spartacus, Ben Hur, Cleopatra, Caligula, Quo Vadis?, I Claudius,... • Een eerste ontmoeting met grote voorbeeld Jacques Martin loopt op een grote ontgoocheling uit. Martin bekijkt enkele pagina's over de Romeinse oudheid die Delaby maakt tijdens zijn schoolstudie en behandelt Delaby meteen als een concurrent. Martin laat uitschijnen dat enkel hij het recht heeft om zulke historische verhalen te tekenen • In de op historische feiten gebaseerde reeks Murena komen bepaalde aspecten aan bod die tot dan toe in geen enkele oudheidstrip naar voren komen: de slechte buurten van Rome bijvoorbeeld • Michael Green, onderzoeker aan het King's College en adviseur voor Ridley Scotts film Gladiator (2000) , schrijft het voorwoord van dit vierde deel. Daarin huldigt hij de historische waarheid die Murena en de heren Delaby en Dufaux etaleren • Dufaux weet waarover hij het heeft bij het construeren en verbeelden van zijn scenario's. Hij kan gebruik bogen op zijn studies filmwetenschappen en audiovisuele technieken • Delaby werkt ongeveer dertien uur per dag. Hij start omstreeks 13.00 uur en gaat door tot 2.00 uur 's nachts. Het plezierigst werkt hij op sfeervolle achtergrondmuziek, bijvoorbeeld van Dead Can Dance, new age en soundtracks van bijvoorbeeld Gladiator • Delaby houdt niet van blondines. Liever tekent hij bruin- en langharige, welgevormde types met stralende ogen. Een beetje zoals Jennifer Lopez, Sophia Loren of Demi Moore, somt hij zelf op. Angelina Jolie is voor hem een ultieme heldin, maar dan wel naturel en niet opgefokt als Lara Croft • Murena verschijnt naast Frankrijk, België, Nederland en Luxemburg ook in Duitsland, Polen, Canada, Zwitserland, Spanje en Italië • Philippe en Jean, twee voornamen die dubbel succesvol zijn: Philippe Francq en Jean Van Hamme doen het met Largo Winch, Philippe Delaby met Jean Dufaux • Alle delen van de reeks Murena zijn genomineerd in de totaallijst van de BelgenTop • De titels van de tweede cyclus, De Cyclus van de Echtgenote, luiden (onder voorbehoud!) De Zonnewijzer, De Zevende Abdij, De Geheime Kruistocht en Het Schrift van God • Uit de geschiedenisboeken kunnen we afleiden dat de volgende cylus — en hier past een SPOILER ALERT — wellicht zal gaan over Nero's huwelijk met Poppaea, nadat hij zijn eerste vrouw Octavia laat vermoorden. Bovendien trouwt hij met een hermafrodiet jongetje dat hij behandelt als keizerin en wiens testikels hij laat verwijderen. Terwijl Nero het bestuur van het rijk overlaat aan zijn ondergeschikten, zwerft hij plunderend en verkrachtend door de stad • In 64 na Christus wordt Rome grotendeels verwoest door een grote brand waarvoor Nero hoogstwaarschijnlijk verantwoordelijk is. Hij schuift de schuld op de christenen en ontketent vele bloedige vervolgingen • Nero wordt 31 jaar en leeft van 31 tot 38 na Christus. Hij sterft door zelfmoord nadat grote delen van zijn rijk zich tegen hem keren en hij de steun van de Senaat verliest.
D A T A S H E E T
Tekenaar:
Philippe Delaby
Scenarist:
Jean Dufaux
Uitgever:
Dargaud
Eerste druk: 2002
Oorspronkelijke titel:
Murena 4: Ceux Qui Vont Mourir...
Uitvoering:
SC, kleur


20
XIII 3: Alle Tranen van de Hel
Plot: Na zijn arrestatie voor moord in deel 2, Waar de Indiaan Gaat, wordt XIII veroordeeld tot levenslange opsluiting in de streng bewaakte inrichting Plain Rock. Daar verdrijft hij zijn tijd met manden vlechten (cool, hoor!). XIII, veroordeeld als Steve Rowland, valt ten prooi aan de sadistische grilletjes van een megalomane en sadistische psychiater. Ontsnappen is de boodschap, en snel!
Topwaardering: Een verhaal rond een ontsnapping uit een gevangenis kan je niet vernieuwend noemen, laat staan origineel. Maar het vergt talent om op slechts één enkele locatie van enig belang een retespannend verhaal te situeren. Van Hamme heeft al eens geoefend met zijn andere klassieker Avontuur Zonder Helden, dat in de nominatielijst op een 67ste plaats strandt, op gelijke voet met Voorbij de Steen 1.
Aantal genomineerde albums van Vance: 12
Aantal genomineerde albums van Van Hamme: 40
Weetjes: Het eerste album verschijnt dan wel in 1984, toch blijft het eerst zes maanden liggen op de redactie van Kuifje, maar die wil het niet, onder andere omdat XIII geen typische stripheld is en in een slachtofferrol wordt gedrukt • Vances zorg voor detail trekt zich door tot het achterhalen van de uurregeling van een bus in Minnesota of het type van helm gebruikt bij de 82ste luchtlandingsdivisie van het Amerikaanse leger • In het vorige deel, Waar de Indiaan Gaat, worden generaal Carrington en luitenant Jones geïntroduceerd. Ze spelen uiteraard ook mee in deel 3 en verdere albums. Carrington heeft de gelaatstrekken van acteur Lee Marvin (The Dirty Dozen, Point Blank) terwijl Jones een zeer getrouwe weerspiegeling is van zangeres/actrice Whitney Houston zoals ze te zien was in de film The Bodyguard... Alleen, The Bodyguard komt uit nà dit XIII-album en Vance durft daar luidop zijn vraagtekens bij te zetten. Het gaat voornamelijk over het weelderige zwarte kapsel • In 1986 is het nog de bedoeling om XIII te laten stoppen met het achtste deel: Dertien Contra Een • De inkleuring van XIII is het werk van Petra, sinds lang de echtgenote van Vance. Samen leven en werken ze in Spanje sinds 1979 •
In feite wordt de actiereeks gered door de Vlaamse interesse voor de reeks. In 1984 en 1985 verschijnen de eerste drie delen in voorpublicatie in het weekblad Robbedoes. De eerste albums lopen niet erg goed in Frankrijk en Dargaud wil de serie stopzetten na deel 3. Maar een hoge pief bij Dupuis, de uitgever van Robbedoes, zegt iets in de trant van: "Hey, wacht eens even. Het begint nu net goed te lopen in Vlaanderen. Ik zou nog even wachten met stopzetten". De rest is bestsellersgeschiedenis.
D A T A S H E E T
Tekenaar:
William Vance
(William Van Cutsem)
Scenarist:
Jean Van Hamme
Uitgever:
Dargaud
Eerste druk: 1986
Oorspronkelijke titel:
XIII 3: Toutes les Larmes de l'Enfer
Uitvoering:
SC, kleur