Het Onsterfelijke Archief — pagina 1

Terug naar startpagina De Onsterfelijken


"Volgens mij omdat ik ruzie had gekregen met de hoofdredacteur van Robbedoes. Dat ging overigens over iets totaal anders: een nogal pittige tekst die ik had geschreven over Yann en Conrad. Hij wilde dat ik daar iets in zou wijzigen, maar dat heb ik geweigerd. Als hij wilde censureren, moest hij dat zelf maar doen, vond ik. Nadien is Frommeltje en Viola niet meer in Robbedoes verschenen. Zodoende kwam er geen album van."

De versie van Bernard Hislaire (= Yslaire) voor de schandalige niet-vertaling van Frommeltje en Viola 4, één van de meest dramatische liefdeshoogtepunten uit de stripgeschiedenis. Het verhaal had normaal gezien moeten verschijnen in de periode dat Robbedoes een Nederlandstalig katern had dat de hoofdredacteur een grotere keuzevrijheid gaf, maar minder ruimte. Alzo kreeg onder andere Biebel een eerste publicatiekans, maar een paar jaar later werd de Nederlandse koers als een flop ervaren en ging men opnieuw trouwer het Franstalige Spirou volgen.
(Zozolala 39, juni/juli 1988)

"Ik zeg altijd: 'Hou een album aan je oor, en je zult het hart van de figuren horen kloppen.' Het is die eenvoud en levensechtheid die het doen. Mensen identificeren zich volgens mij makkelijk met de personages. En er is de eenvoudige humor, eigenlijk een soort 'werkmanshumor'."

Ietwat sentimentele verklaring van Paul Geerts voor het succes van Willy Vandersteen, vlak na diens dood in 1990.
(De Morgen Focus, 29 augustus 1990)

"Great urban cartoonists: (...) François Schuitten."


Craig Thompson maakt tijdens een boswandeling in de Alpen een lijstje met grote natuurtekenaars (zoals Baudoin) en stadstekenaars zoals de verkeerd gespelde François Schuiten.
(Carnet de Voyage, juli 2004)

"Wel, de lezers zullen wel denken dat ik bijzonder lui ben, maar ze vergissen zich! In feite werk ik zelfs heel veel en doe erg verschillende dingen. Wat is er gedurende die tien jaar allemaal niet gebeurd? Er zijn twee delen van de Zoo-trilogie verschenen: twee maal 70 bladzijden, een ingewikkeld scenario (en dito scenarist!). In 1997 heb ik tien maanden lang voor Warner Bros aan de tekenfilm Excalibur gewerkt. Daarbij komt nog al wat ik gewoonlijk naast de eigenlijke strips doe: ex-librissen tekenen en portfolio's, posters, affiches,... dat neemt behoorlijk wat tijd in beslag. Dan zijn er ook nog de reizen en de interviews. Als je het allemaal optelt, is tien jaar snel voorbij."

Frank op de vraag hoe het komt dat we zo lang moesten wachten op de nieuwe Ragebol. Verander wat namen, data en projecten en je krijgt eenzelfde antwoord op de vraag: waar blijft Zoo 3?
(Brabant Strip magazine 85, 28 februari 2001)

"Robert Crumb, een man die op z'n vierde moeders cowboylaarzen aantrok en 'Jesus Loves Me' zong; op z'n zesde seksueel opgewonden raakte van Bugs Bunny; en in het midden van de jaren zestig naar Haight Ashbury in San Francisco verhuisde, het toenmalige centrum van de hippiebeweging en de tegencultuur, waar hij — masturberend over zijn eigen tekeningen, en volgens de uitgeefster van Big Butt-magazine gezegend met één der grootste penissen ter wereld — allerlei krankzinnige, erotische strips en cartoons maakte die vaak wegens hun pornografische karakter in beslag werden genomen."

In één enkele zin de inleiding voor de aankondiging van de tv-première van de documentaire Crumb van regisseur Terry Zwigoff. Een verbijsterende, voyeuristische, veelal choquerende documentaire over het leven en werk van de legendarische undergroundtekenaar Robert Crumb. De meest gebruikte omschrijving was samenvattend 'disturbing'. Na het bekijken van de docu was zelfs Crumb himself van de kaart. Een jaar na de opnames pleegde één van de twee psychotische broers van Crumb zelfmoord. Zijn twee zusters weigerden trouwens elke medewerking.
(Humo 2883, 5 december 1995)

"Sommige dingen doe ik bewust niét via het Net: boeken of strips kopen, bijvoorbeeld. En ik ga elke dag de kranten halen in de krantenwinkel, dat is voor mij een dagelijks ritueel. Ik heb geen abonnement, ook niet digitaal: dat grasduinen in allerlei archieven is best handig, maar ik hou nog altijd mijn eigen archief bij. Interviews en artikels lees ik altijd met een rode stift in de aanslag, om uitspraken te omcirkelen die me ooit van pas komen. Als ik iets uit dat archief nodig heb, heb ik het meestal binnen een paar seconden gevonden."

Politiek cartoonist Erik Meynen bewijst in Humo's rubriek The Wild Site onrechtstreeks dat het internet nu ook weer niet alles is.
(Humo 3311, 17 februari 2004)

"Ik had zeer graag willen samenwerken met Goscinny. Een andere auteur die minder populair is bij het grote publiek, maar die misschien wel belangrijker is voor mij, is Maurice Tillieux. Hij was een echte grote. Ik had zeer graag Guus Slim willen tekenen."

Dany moet tot zijn spijt toegeven dat hij twee gemiste kansen telt. In het artikel, verschenen in een gratis tijdschrift verkrijgbaar op de luchthaven van Zaventem, werd eraan toegevoegd dat het Guus Slim-project door Dany bijna het levenslicht zag, alvorens het in de koelkast terechtkwam.
(Connect 43, 5 mei 2003)

"Tussen de 76 en 152 miljoen dollar."



Voorzichtige schatting van het fortuin dat Hergés weduwe en erfgename, Fanny Rodwell, beheert. Althans volgens het Zwitserse economische magazine Bilan.
(Bilan, december 2003)

"32 miljoen dollar."



Ter vergelijking: volgens het Amerikaanse zakenblad Forbes het bedrag dat de erfgenamen van de overleden tekenaar Charlez Schulz (Snoopy) tussen september 2002 en september 2003 binnenreven. In de Top 10 van overleden artiesten die het meest geld opbrengen, liet hij in 2003 enkel Elvis Presley voorgaan.
(Forbes, december 2003)

"Zijn 350 miljoen lezers dagelijks in 75 landen hopen net zoals de 2.600 kranten waarin zijn stripfiguren verschijnen, dat hij nog lang mag blijven leven."

Vooruitblik op de 75ste verjaardag van Charles Schulz die toen al had beslist dat Charlie Brown, Snoopy en de rest van The Peanuts met hem zouden sterven. In december 1999 besloot hij uit gezondheidsoverwegingen effectief te stoppen met strips maken. Op 12 februari 2000 overleed Schulz.
(Het Nieuwsblad, 25 november 1997)

"Nooit eerder heeft de Grote Markt een dergelijke opkomst gekend. De Smurfen lokten meer personen dan de Rode Duivels na hun succesvolle parcours op de Wereldbeker van 1986, nochtans een historisch moment uit het collectieve geheugen van de Belgen!"

De Waalse krant Le Soir bezingt het succes van De Smurfen in 1988 die hun dertigste verjaardag vierden op de Grote Markt van Brussel met spellen, animaties, een luchtballon van 38 meter hoog, muziek van — de horror — Vader Abraham, marionettentheaters, een gigantische verjaardagstaart (8 meter hoog, 8 meter diameter),... Op die zondagnamiddag 16 oktober 1988 hebben de organisators inderdaad de gigantische populariteit van Peyo's blauwe opdonders onderschat.
(Le Soir, 17 oktober 1988)

"Dertien stripalbums, animatiefilmpjes op tv, 400 miljoen plastic poppetjes verkocht in 300 verschillende vormen, getekend op 2000 producten: de Brusselse Smurfenfamilie werd door Grote Smurf Peyo, tot een financieel wereldsucces uitgebouwd."

Het Nieuwsblad maakt in 1988 op de vooravond van het Smurfen-verjaardagsfeest de balans. Is het je nu al duidelijk dat De Smurfen één van de internationaal bekendste stripcreaties is aller tijden?
(Het Nieuwsblad, 15 oktober 1988)

"Ik weet niet of ik wel sciencefiction maak. Die term heeft een negatieve, genregebonden bijbetekenis waarvan ik niet hou. Het establishment kijkt neer op sciencefiction. Ik vind dat soort literatuur juist het interessantst, want auteurs die bezig zijn met de toekomst, zijn het meest vrij. Wat men sciencefiction noemt, is meer dan een genre: het is een manier van leven. Om over de toekomst te kunnen schrijven, moet je openstaan voor de toekomst en verbeelding hebben. In Frankrijk, of West-Europa in het algemeen, is men daar nooit goed in geweest."

De Joegoslavische auteur Bilal verdedigt 'zijn' genre.
(TEEK 95, oktober 1998)

"Het is een kwestie van vraag en aanbod. Er is een 'maatschappelijke' vraag naar een bepaald type albums om aan te voldoen. En de manier om op die vraag te voldoen dekt driekwart van de strips die verschijnen. Maar ik kijk daar niet op neer. Anderen dan weer wel. Ik denk vooral aan bepaalde arrogante ambetanteriken die onder het mom van de kunst tegen de rest van de wereld tekeer gaan. Ze hebben het recht om neer te kijken, om een negatief oordeel te vellen op bepaalde succesreeksen. Maar ze moeten ook erkennen dat de verkoop van die reeksen alle andere reeksen een kans op bestaan gaf. Zonder vanuit de hoogte te willen spreken, permitteer ik me om te zeggen dat er zonder Asterix geen sprake was van Quéquette Blues!"

Auteur Baru (Onderweg, De Woesteling) neemt het op voor de commerciële strip, hét clichémikpunt van spot en misprijzen voor niet-ontspanningslezers. Quéquette Blues is één van de vele (oncommerciële) albums die niet zijn vertaald.
(BoDoï 81, januari 2005)

"Ik hoop dat de inkomsten voor de uitgevers voor een deel terugvloeien naar investeringen in jonge talenten."

Jean Van Hamme antwoordt in een Frans economisch zakenblad op het bericht dat zijn strips tijdens zijn carrière hem inmiddels een miljoen euro aan auteursrechten hebben opgebracht. Het "commerciële zwijn" (citaat van een striplezer) was in 1988 medeverantwoordelijk voor het lanceren van de auteurscollectie Vrije Vlucht.
(Challenges, november 2003)

"Elke strip die van mij gepubliceerd is, heeft meer dan 30.000 verkochte exemplaren gehaald, zonder reclame. Later kwam ik te weten dat andere auteurs, die wel een campagne kregen, soms maar 8.000 strips verkochten. Ik vind dus dat men mijn succes te lang vanzelfsprekend heeft gevonden."

Vance vindt dat mediacampagnes ongelijk zijn verdeeld.
(TEEK 69, februari 1999)

"Wij, joden, zijn het volk van de Geschiedenis. Verhalen vertellen is het middel dat het joodse volk koos om problemen op te lossen, om de meest extreme situaties het hoofd te bieden."

Will Eisner tijdens een debat in 2002 waar de joodse auteur Sfar ook aanwezig was. Wij herinneren er de lezer aan dat topscenarist Goscinny eveneens uit een joods nest kwam.
(debat op de Georges Leven school in Parijs,
22 januari 2002)

"Heb je die doos met Shayne Welton al weggezet?"


Een striphandelaar tegen een werknemer. De man bedoelde de reeks Wayne Shelton.
(opgepikt in juni 2001)

"Ik hoop dat je héél veel tijd zult vrij maken om te lezen. Daar krijg je nooit spijt van."

Een gouden raad van Willy Vandersteen.
(persoonlijke brief, 11 november 1988)

"Ik trap natuurlijk open deuren in, als ik zeg dat ik Birgit Van Mol wel een aangename verschijning vind. Voor het overige zie ik iets te veel plastic figuren op tv. Ik ben trouwens van plan eens een stripparodie te maken op de Miss België-verkiezing."

Merho op de vraag "Welke tv-figuur kan er tippen aan de dochter van Kiekeboe, Fanny?"
(TV Ekspres, 1997)
"Ik heb zelf 'n hond en telkens opnieuw zeg ik tegen hem: 'Ga het 12e Cavalerie roepen, want de indianen vallen straks het noorden aan', maar ik kan je verzekeren dat hij geen poot verzet. Maar moet je hem eens bezig zien als je hem z'n bot geeft."

René Goscinny ergert zich aan de perfecte filmhond Rintintin op wie Rataplan, de domste hond van het wilde westen, is gebaseerd.
(Stripschrift 119, 1979)

"Ik teken altijd de koppen die ik graag teken. En automatisch lijken je helden dan wat op elkaar. Elke tekenaar ontwikkelt bepaalde tics. Bij mij valt dat in verhouding erg op omdat ik al zo veel series heb gemaakt."

William Vance antwoordt op de vraag waarom al zijn personages (mannen én vrouwen) op elkaar lijken.
(TEEK 69, februari 1999)

"Weet u, eigenlijk is mijn enige rivaal op het internationaal toneel Kuifje. Wij zijn allebei kleintjes die zich niet laten beduvelen door de groten. In mijn geval wordt dat echter niet zo opgemerkt, vanwege mijn lengte"

Ex-generaal, ex-president van Frankrijk (1958-1969) en grondlegger van de Vijfde Republiek Charles de Gaulle is niet bescheiden.
(Les Chênes qu'on Abat)

"Op een dag zeg ik aan Cauvin dat De Gaulle van Vlaamse afkomst is en dat zijn werkelijke naam Van de Walle is. Maar hij lacht er alleen maar mee en zegt: 'Allez, Arthur, wat vertelt ge nu? De Gaulle een Vlaming? Gij ziet overal Vlamingen!' Maar ik blijf beweren dat er in Wallonië veel mensen met Vlaamse namen zijn, nakomelingen van Vlamingen die naar wallonië waren uitgeweken.
Op een avond zitten we in restaurant James in Angoulême, en Cauvin roept de garçon en zegt: 'Excuseer, meneer, maar ik heb hier een Vlaming bij mij en die beweert dat alle Fransen Vlaamse voorouders hebben. ben u toevallig een Vlaming?' De garçon beziet hem zo heel verwonderd en antwoordt: 'Ja, meneer, mijn grootouders waren Vlamingen, afkomstig van de kanten van Aalst.'
En Cauvin: 'Hoe is 't mogelijk! Hoe is 't mogelijk! Tenslotte zal hij nog gelijk halen!
(...) 's Avonds rijden we met de bus naar een of andere manifestatie. En wie zit er voor ons? Aragonés, een tekenaar van Mad. Cauvin hoort dat die Amerikaan met een zwaar accent Frans aan 't spreken is. Hij klopt hem op de schouder en zegt: 'Meneer, u bent Amerikaan? Wel, ik heb hier een Vlaming naast me zitten en die beweert dat de halve wereld — toen was het al de halve wereld — van Vlaamse afkomst is. U, met een vreemde naam, doe me een plezier en zeg ten minste dat u geen Vlaming bent.
'Maar nee,' antwoordt Aragonés, 'ik niet, maar mijn vrouw is wel een Vlaamse, van Antwerpen, en ze kan geweldig goed koken!
(...) Ik hoor Cauvin nog zeggen: 'Het is net als de luizen, die vindt ge ook overal'."

Berck bewijst dat Cauvin de Vlaamse werelddominantie onderschat. De anekdote bood later inspiratie voor een grap van Arme Lampil (deel 3, pagina 19+20) door Lambil en Cauvin.
(Stripgids 30-31, november 1985)

"Hij beschreef alcoholverslaving en de gevolgen ervan met onbeschrijflijke precisie op een moment dat niemand er nog iets over wist."

Dr. Eric Hispar, expert op het gebied van hulpverlening aan alcoholverslaafden, is het eens met schrijver Bertrand Boulin die Tintin et L'Alcool schreef. Het boek ging over het vermeende alcoholprobleem van Kuifje en Kapitein Haddock en hoe Hergé dat in zijn verhalen bracht. Het verscheen na een verbod door de rechtbank nooit in de handel.
(Het Nieuwsblad)

"Niemand van de duizenden lezertjes is nog langer geïnteresseerd in de heldendaden van z'n idool. Met kleffe handjes doorbladeren ze de nieuwe albums om te zien hoe mijnheer Biddeloo hen nu weer gaat ophitsen. Vroegmiddeleeuwse toestanden? Een alles overtreffende orgie? Of gewoon eens iets ondeugends met Lancelot?"

Slotoordeel van een artikel naar aanleiding van de eerste blote borsten in De Rode Ridder: In de Witte Hel.
(Humo, 1985)

"Het was de tijd dat konten verkochten. (...) Sommige erotische scènes teken ik gewoon voor m'n plezier. Als de lezer daarmee aan z'n trekken komt, des te beter! (...) Hoewel ik me er niet over schaam dat lezers geile gedachten hebben tijdens het lezen van mijn albums, houd ik er niet van dat andere scènes gewelddadigheid zouden kunnen opwekken."

Bourgeon verantwoordt zich voor de trend van begin jaren 80 bij Glénat om de erotische toer op te gaan en verklaart eind jaren 90 waarom hij dat nog steeds doet.
(Zozolala 98, april/mei 1998)

"Hergé heeft me ooit gezegd: 'niemand zal ooit Nero tekenen zoals u dat kan'. Ik ben dus eigenlijk op zoek naar iemand zoals Bob De Moor voor Hergé, maar zo iemand vinden is heel moeilijk."

Marc Sleen op zijn 70ste verjaardag.
(Het Volk, 30 december 1992)

"Dat is mijn opvolger, de man waar ik zes jaar naar gezocht heb. Hij kan op eigen benen staan als ik er over twee of drie jaar niet meer ben. Hij erft ook al mijn auteursrechten. Mijn familie moet niet denken dat ze daarvan iets krijgt. Dat is allemaal voor Stallaert. Hij krijgt mijn Nero helemaal."

Marc Sleen over zijn opvolger Dirk Stallaert. Intussen een hopeloos achterhaalde uitspraak.
(TEEK 54, november 1997)

"De wafels kwamen m'n oren uit."



Marc Sleen tegen reporters Kris en Yves over de feestelijkheden rond het afscheidsjaar waarin hij 80 werd.
(Man Bijt Hond, 20 december 2004)

"Ze hebben dan nog geen smaak ook want de volledige hardcovercollectie van Blueberry lieten ze staan."

Stripverzamelaar Rudy Claessen geeft een sneer naar de inbrekers die bij hem thuis voor meer dan 75.000 euro aan strips aan de haal gingen.
(De Stripspeciaal-Zaak 23, juli/augustus 2003)

"Het personage van de Koningin van Onderland uit de Jommeke-strips is mij — en velen met mij, heb ik intussen begrepen — altijd bijgebleven en daarom wilde ik een ode aan haar schrijven."

Schrijver Paul Mennes leverde voor een boek een bijdrage dat de link legde tussen SM en Jommeke.
(Humo,15 oktober 1996)

"Het blijft natuurlijk zo dat strips, en zeker humoristische strips, en nóg erger humoristische strips voor kinderen, in een verdomhoekje gestopt worden. Maar ik heb daar geen complexen over. dan denk ik maar aan dat gezegde: 'Ik huil de hele weg... tot aan de bank'."

Merho relativeert stompzinnige kritiek op strips en citeert en passant Liberace.
(TEEK 45, 15 februari 1997)

"Inzake artistieke afstamming meen ik te mogen zeggen dat ik mij enigszins Belg voel..."

Albert Uderzo flatteert de Belgische interviewer
(Signature)

"Hola hola, ik ben geen artiest! Artiesten hebben dikke nekken en dat wil ik niet."

Hermann op een signeersessie. Voor een lezer maakte het niet uit welke tekening hij maakte. De lezer maakte er zich vanaf door te zeggen: "U bent de artiest, kies maar".
(een signeersessie, november 2004)

"'Dat is helemaal niks voor jou', antwoordde hij heel serieus."


Kamagurka haalt herinneringen op bij de dood van Willy Vandersteen. Hij ontmoette de Suske en Wiske-tekenaar een paar keer en op één van die gelegenheden vroeg hij Vandersteen of hij in zijn studio mocht komen werken. Zijn antwoord staat hierboven.
(De Morgen, 29 augustus 1990)
 
"Weliswaar heeft de Amerikaan Walt Disney het bestaan om genoeg tekeningetjes te verzamelen om er een filmband ter lengte van een hoofdfilm mee te vullen, maar dat moet toch wel als overdreven worden beschouwd."

De grote Nederlandse auteur Marten Toonder over de tekenfilm. Deze zin plukten we oneerbiedig en volkomen uit de context uit een oud Stripschrift-nummer dat het op zich haalde uit Toonders artikel voor het blad Cinemagia in 1952. Daarin legde hij zijn zienswijze uit over het verschil tussen tekenfilm en speelfilm of fotografische film. In zijn betoog besloot hij dat het wel zéér onrechtvaardig is om de tekenfilm als een uitwas van Lumières uitvinding te beschouwen en dat het omgekeerde eerder waar is. Hoe dan ook is voor hem de tekenfilm een kunstuiting. In 1983 verscheen de eerste en enige avondvullende tekenfilm Als Je Begrijpt Wat Ik Bedoel in de Nederlandse bioscopen, naar het werk van Marten Toonder.
(Cinemagia, mei 1952 / Stripschrift 168/169, 1983)

"Om een bekende mensenstrip een kans te geven, moet hij volgens mij aan vijf voorwaarden voldoen. Ten eerste moet de bekende figuur in het echte leven zelf al een beetje een stripfiguur zijn. Hij moet karikaturale, overdreven trekken hebben zoals Urbanus of Jean-Pierre Van Rossem.
Ten tweede moet hij een duidelijk herkenbaar karakter hebben. Je kunt geen stripfiguur maken van een acteur, zelfs al is dat de beste acteur. Met Jack Nicholson kun je niets beginnen. In de ene film is hij een moordende psychopaat en in de volgende speelt hij The Joker uit Batman. Dat is ook de ellende met Jacques Vermeire. Vermeire is geen personage. Het enige constante aan hem is dat voortdurende smoelentrekken en zijn wel erg platte humor. Op zichzelf geen slechte gegevens voor een strip, maar in elke strip heb je op de achtergrond altijd een hele wereld waarin de hoofdfiguur leeft en zich beweegt. Als je niet meer in handen hebt dan de smoel van Vermeire, kun je onmogelijk zo'n wereld creëren.
De derde voorwaarde is dat de bekende Vlaming mee de scenario's schrijft of op zijn minst de makers adviseert en stuurt. Anders herkennen de lezers die figuur en zijn manier van grappig zijn niet, want dan zijn die nagemaakt door iemand anders.
De vierde voorwaarde is dat de tekenaar ook de humor van zijn onderwerp snapt en aanvoelt, én een tekenstijl ontwikkelt die bij het personage aansluit.
En de laatste voorwaarde heeft te maken met het publiek waarvoor de strip is bedoeld. je moet goed in de gaten houden wie de fans van je potentiële stripfiguur zijn. Een paar jaar geleden is er een strip gemaakt over de Antwerpse groep De Strangers. Dat is dus blaasverkalkend stom. Het publiek van De Strangers bestaat uit gepensioneerden. Die kopen geen strips. Dat ding is dan ook fenomenaal door zijn kont gezakt."

De vijf voorwaarden van een goeie BV-strip volgens uitgever Jef Meert, in 1994 nog uitgever van Loempia en de Urbanus-strips. Maar op zich zijn die vijf voorwaarden nog geen sleutel tot instant succes, benadrukte Meert. In het hele artikel, opgehangen aan de toen al heersende rage van de BV-strip, werden enkele betrokken personen geïnterviewd: Jean-Pierre Van Rossem, Luk Wyns, de manager van Wendy Van Wanten en zelfs Dokter Lecompte waarvan een BV-strip dreigde uit te komen. Wij herinneren ons vooral de containers modder die langs alle kanten vlogen.
(Humo, maart 1994)

"XIII"



Eén van de 23 gekende tatoeages van actrice Angelina Jolie en wel op de achterkant van haar linkerarm. Graag stellen we ons voor dat ze inspiratie kreeg door de stripalbums van XIII die ze in haar schoot legde om te lezen. Omdat wij die strips ook hebben gelezen, vinden we dat dat een band schept. Maar neen, met dit ongeluksgetal hoopt ze net het ongeluk af te weren, de bijgelovige grapjurk.
(het lichaam van Angelina Jolie, 4 juni 1975)

"Het is onnauwkeurig om België te omschrijven als het thuisland van de strip. Bijna alles komt nu uit Wallonië."

Stoute uitspraak van Jean Van Hamme op de vraag of het belangrijk is dat België promotie blijft voeren voor de Belgische strip. De vraag werd gesteld naar aanleiding van zijn voorzittersschap van het Belgisch Centrum van het Beeldverhaal dat hij toen net een jaar geleden uit tijdsgebrek had opgegeven.
(The Bulletin, 22 augustus 2002)

"Dat loopt goed, Dargaud kent er een goede penetratie, beter dan Dupuis, hoewel er verandering merkbaar is nu Dupuis Jommeke van Jef Nys heeft gekocht. Dat zijn avonturen van een jongetje die toch op een miljoen exemplaren verschijnen in Vlaanderen en Nederland alleen. (...) Het loopt niet in het Frans. Ze hebben het geprobeerd, maar, zonder te willen neerkijken op mijn Vlaamse vrienden, ze hebben veertig jaar achterstand op zoiets als Titeuf. Nu heeft Dupuis ervoor gekozen om Jommeke te kopen in plaats van zich te werpen op de manga."

Nog maar eens Jean Van Hamme die een Franse interviewer ten eerste inzicht geeft op de Vlaamse markt, vervolgens Jommeke voorstelt en tot slot verklapt dat Dupuis zich voorlopig niet aan het uitgeven van manga waagt. Het vervelende, volgens Van Hamme, is dat Dupuis dan de laatste speler op de mangamarkt zou zijn.
(BoDoï 75, juni 2004)

"Eén en ander heeft te maken met het feit dat ik zelf enkele moeilijke jaren heb doorstaan in mijn privé-leven. Op dat moment denk je dat je geesteskinderen dit ook moeten ervaren en ga je je privé-gevoelens laten spelen binnen de strip. Dat is duidelijk een teken van zwakte. Eigenlijk mag zoiets nooit voorkomen. Het publiek heeft geen boodschap aan je privé-leven. Maar je stripfiguren evolueren automatisch met de tijd mee. Vaak door hun gedachten, sommigen laten ze fysionomisch ook meegroeien."

Van een toen nog jonge Crisse zal je wellicht nooit een autobiografische strip moeten verwachten. De vraag ging over stripfiguren die verouderen. Voor het interview stond hij in the picture dankzij Nahomi en Schaduwen van het Verleden.
(Top, 1987)

"Ontdekte zijn passie voor het beeldverhaal terwijl hij in de ogen van zijn zusje kerfde. Aan dit experiment heeft hij zijn zwarte humor overgehouden. (...) Waar hij van houdt: een bagatel, het geweld, de inquisitie, A. Hitler en Robbedoes."

Introtekst bij de start van de voorpublicatie van Gele Geschiedenis, het beruchte verhaal van De Onnoembaren dat in Robbedoes voortijdig gestaakt werd met het ontslag van de auteurs Yann en Conrad erbovenop. Uit de tekst valt niet op te maken of de citaten slaan op scenarist Yann of tekenaar Conrad.
(Robbedoes 2297, 22 april 1982)

"Yann en Conrad vind ik bijzonder goed. Als Robbedoes hun werk blijft plaatsen en weet te ontwikkelen, dan betekent dat het blad nog volop leeft. Yann en Conrad hebben momenteel veel tegenstanders bij Dupuis, ook onder tekenaars. Maar ze hebben enorm veel talent. Ze zijn nog erg jong, een jaar of drieëntwintig, maar ze zijn nu al echte humoristen. Goscinny was er één, Tillieux was er één, maar op dit moment zijn er maar weinig. Delporte is er soms één. Ik niet, ik ben geen humorist. Ik construeer mijn grappen, bij een echte humorist is het aangeboren."

Franquin doet aan zelfreflectie, verdedigt het toendertijd beruchte duo Yann en Conrad (een gekende tegenstander was trouwens Roger Leloup, de auteur van Yoko Tsuno) en complimenteert grote mensen uit het stripmilieu van toen.
(Stripschriftspecial 5: De F van Flater, 1982)

"De Robbedoes-redactie heeft wel oog voor de technische virtuositeit, waarmee beide tekenaars werken. Het zou een groot verlies zijn voor het blad, wanneer men zo'n talent zou verliezen. Daarom lijkt het ons noodzakelijk dat men vanuit de Spirou-redactie een gesprek met beide heren aangaat, over wat kan en niet kan voor het door ons beoogde lezerspubliek. Wanneer Spirou dat niet wenst te doen, zal Robbedoes het doen... of de nodige maatregelen treffen."

Punt 6 van een redactioneel intermezzo in Robbedoes waarin de Nederlandse redactie van het stripweekblad Robbedoes zich na een klacht van een "mevrouw uit Antwerpen" op Gele Geschiedenis distantieert van de Franstalige Spirou-redactie. In punt 2 stond dat de Spirou-verantwoordelijke, de grafische kwaliteiten van de auteurs Yann en Conrad kennende, het scenario en de eerste schetsen niet heeft gezien. Met plaat 46 werd het verhaal abrupt afgebroken. Op plaat 45 was het blote klokkenspel van Tim te zien. Jaren na datum in artikels en interviews her en der nog steeds een gretig onderwerp om dieper op in te gaan.
(Robbedoes 2305, 17 juni 1982)

"Pluto. Hij was zo'n kunstmatige hond, zo helemaal anders dan hoe je je een hond voorstelt... Ik heb hem nooit echt graag gemogen. Hij was een domme hond. En Goofy kon ik nog het minst uitstaan van allemaal. Goofy was gewoon een sufferd. Ik heb nooit gesnapt wat er nou zo lollig is aan een zwakzinnige. Nee, van alle Disney-figuren was Donald de beste."

Carl Barks in 1994 over zijn minst geliefde Disney-figuren. Donald Duck had bij hem natuurlijk een ferm voetje voor. Donald maakte Barks groot en vice versa.
(Humo 2815, 18 augustus 1994 / Süddeutsche Zeitung Magazin)

"Hiermee verpest je wel mijn dag. Besef je dat wel?"


Jan Bosschaert op de Antwerpse Boekenbeurs (2003) tegen een lezer die in Jaguar 3 Big Blunder 248 opmerkte.
(signeersessie Boekenbeurs, 2003)

"Matroos (na een gevecht): Sorry sir, een ruzietje dat uit de hand gelopen is.
Luitenant: Waarover?
Matroos: Ik wil het liever vergeten.
Luitenant: Het kan me niet schelen wat jij wil vergeten. Waarom was je aan het vechten?
Matroos: Ik zei dat de Silver Surfer van Kirby veel beter was dan die van Mœbius. Bennefield is dol op Mœbius. Het liep uit de hand. Ik duwde hem, hij duwde mij. Ik ging door het lint.
Luitenant: Je hebt mannen onder je. Je kunt makkelijk promotie maken.
Matroos: Ik weet het, sir. U heb 100% gelijk. Het zal nooit meer gebeuren.
Luitenant: Laat dit inderdaad niet opnieuw gebeuren! Ik wil hier niet graag een rapport over opmaken. Begrijp je?
Matroos: Ja, sir.
Luitenant: BEGRIJP JE?
Matroos: Ja, sir.
Luitenant: Je moet een voorbeeld stellen, ook al is het in stompzinnige ruzies. Elke striplezer weet dat de Silver Surfer van Kirby de enige echte Silver Surfer is. Niet soms?
Matroos: U hebt gelijk, luitenant.
Luitenant: Oké, maak dat je weg komt."

Acteur Denzel Washington als luitenant in de duikbootfilm Crimson Tide. Tijdens de shooting van de film raakten de acteurs gedemotiveerd. Quinten Tarantino werd er bij gehaald om de sfeer op te krikken en de dialogen wat bij te kruiden. Bovenstaande dialoog smokkelde hij in de film van regisseur Tony Scott.
(Crimson Tide, 1995)

"Tja, hoe moet je dat noemen. Euthanasie zeker? Als je zo'n mythische stripfiguur meeneemt in je graf, dan ontzeg je miljoenen mensen het recht op nieuwe albums, en dat vind ik jammer."

Scenarist Yann heeft het over Asterix en de beslissing van Uderzo dat er na zijn dood geen nieuwe Asterix-albums meer mogen worden gemaakt.
(Guido Campus Magazine)

"(...) Ik wil best accepteren dat ze daarginds gelijk hebben. Wat mij alleen steekt is het feit dat ze oneerlijk te werk gaan. Zo'n censuurcommissie zou dan ALLES van IEDEREEN moeten beoordelen. Maar dat is niet het geval. Franse schrijvers, tekenaars, filmers... de Franse televisie ook... dat blijft allemaal buiten schot. Die hebben van die commissie geen last. Da's niet eerlijk. Bovendien zal niemand, dus ook zo'n commissie niet, zich druk maken over humoristische films, bijvoorbeeld slapsticks, waarin de Dikke de Dunne met een klap op z'n pet geeft met een hamer. Zoiets is ook dodelijk, hoor! Echt waar! Maar dààr valt niemand over! Als wij in onze verhalen een granaat aan iemands voeten laten ontploffen en in het plaatje daarna een benepen kijkende vent tonen met een zwartgeblakerd gezicht en een fors aantal scheuren in z'n pak, dan is dat ineens 'het verkeerde voorbeeld geven'. Omdat je daaruit zou kunnen opmaken dat een granaat ongevaarlijk zou zijn! Ach kom! Ik maak me sterk dat een hoop kinderen je ook nog wel kunnen vertellen hoe je zo'n granaat demonteert! Kinderen zijn toch zeker niet stom!"

Berck gaat nogal fel te keer tegen censuur in een interview voor Robbedoes. De verweesde interviewer vroeg eigenlijk "Hoe gaat het met u?", een toelating voor Berck om uit te weiden over een album van Sammy dat toen net in Frankrijk werd verboden wegens te gewelddadig en daarom een slechte invloed heeft op de jeugd.
(Robbedoes 2005, 16 september 1976)

"Jongen 1: Bier en wijven, meer hoef ik niet.
Jongen 2: We moeten 'n Smurfin vinden.
1: Smurfin?
2: Hm hm, niet zo'n benepen trut uit Middlesex.
Een blonde stoot die voor alles in is. Zoals de Smurfin.
Donnie: De Smurfin neukt niet.
2: Dat is bullshit. Ze neukt alle smurfen. Daarom heeft Grote Smurf haar gemaakt. Omdat al de andere smurfen te geil werden.
1: Smurffatje niet. Ik denk dat hij een nicht is.
2: Nou, ze neukt hen terwijl Smurffatje toekijkt.
1: En Grote Smurf? Hij doet vast mee.
2: Wel, hij filmt de hele neukpartij en rukt zich later af op de beelden.
Donnie: Eerst en vooral: Grote Smurf heeft Smurfin niet gemaakt, maar Gargamel. Hij zond haar als spionne om het Smurfendorp te vernietigen. Maar de overweldigende goedheid van het smurfenleven veranderde haar. En wat die grote neukpartij betreft, dat kan gewoon niet. Smurfen zijn aseksueel. Ze hebben geen... voortplantingsorganen in die witte broekjes van ze... Daarom zijn de Smurfen zo onlogisch, weet je. Wat heeft het leven voor zin als je geen pik hebt?"

Aangebrande dialoog (waarvoor onze excuses) uit de film Donnie Darko van regisseur Richard Kelly.
(Donnie Darko, 2001)

"Ik zie zijn vrouw nog de doos brengen terwijl hij riep 'Aha! Daar zijn ze!'. Hij pakte zijn smurfjes uit — die nog onbeschilderd waren en helemaal roze —, stalde ze uit op de tafel en zei: 'Ja, ziet er goed uit, perfect!'
Plots nam hij een breekmes van zijn bureau, sneed het staartje van een smurf af, daarna nam hij een tube lijm en plakte het uiteinde aan de voorkant.
'En zo ziet hij er ook niet slecht uit!' besloot hij, lachend in zijn snor."

Tekenaar-stagiair Gérard Duquet over Peyo die net een doos kreeg met onafgewerkte latexfiguurtjes van De Smurfen. Uiteindelijk zou Duquet, de eerste assistent van Peyo, schilder worden. Maar deze anekdote uit de beginjaren van De Smurfen uit 1959 vergat hij niet.
(Peyo, L'Enchanteur, 2003)

"Ik vraag me af wat Yigounov met zijn verzamelaars doet. Geeft hij ze een disketje mee met daarop een tekening of een schets?"

Hermann houdt niet van computers. Dit antwoord gaf hij na de opmerking dat tekenaar Yigounov zijn toen recenste Alfa volledig met de computer maakte.
(Brabant Strip Magazine 84, januari 2001)

"Morris zegt: als u nou die deur open krijgt, wil ik best in die kamer slapen, maar dan moet eerst dat lijk eruit."

Tillieux dist een anekdote op over de gierigheid van Morris. De beide auteurs moesten naar et Franse Ministerie van Binnenlandse Zaken in Parijs waar de beide auteurs hun moeilijkheden met de censuur opgelost wilden zien. In het centrum van Parijs vond Morris de hotels te duur en vond uiteindelijk om vijf uur 's ochtends soelaas in een "hotel dat er smeriger uitzag dan Simenon ooit zou kunnen beschrijven". Een mensje kwam in peignoir op hen af, met een borst half naar buiten, en loodste de twee tekenaars naar een onooglijk kamertje. Terwijl het mensje de deur probeerde te openen, trachtten de auteurs de vreemde geur uit de kamer te ontleden. Volgens Morris lag er een vent dood op de kamer. De kamer kreeg het mensje niet open. Op een andere kamer rook het al even verdacht, maar dat loste Morris op met een spuitbus DDT uit zijn koffertje. Morris werd niet graag gestoken door vlooien en had steeds een spuitbus bij.
(Stripschrift 81/82, oktober 1975)

"Er zijn tientallen verhalen over Morris te vertellen. Zoals die keer toen hij voor de eerste keer auteursrechten in Frankrijk ging incasseren; hij kwam terug met een tas die links en rechts propvol met bankbiljetten zat, en in het midden zat zijn pakje brood!"

Tillieux over de toen al schatrijke auteur Morris
(Stripschrift 81/82, oktober 1975)

"Contracten en cheques zeker..."



Morris op de vraag "Hebt u nooit wat anders getekend dan Lucky Luke?"
(Humo, augustus 1982)

"Who-who-who! We gaan toch niet over geld spreken hè!"


(We krijgen er niet genoeg van:) Morris op de vraag "Al met al bent u nu multimiljardair (in oude Belgische franken)".
(Humo 3050)

"Het publiek houdt niet van spinnen."



De baas van Stan Lee in 1962 toen die het idee van Spider-Man kwam voorstellen.
(Dag Allemaal)

"Het is zoals mayonaise maken. Er zijn geen tien verschillende manieren om mayonaise te maken, maar er zijn wel mayonaises die veel beter zijn dan andere. Waarom? Dat is het mysterie van mayonaise maken. En ik maak — hoop ik, denk ik — goeie mayonaise."

Jean Van Hamme legt zijn vak uit.
(Gazet van Antwerpen, 9 juli 1998)

"Die lui van de film hadden me om schetsen gevraagd. Ze hadden een prijs genoemd en, slecht zakenman als ik ben, had ik het dollarbedrag verkeerd in Franse francs omgerekend. Toen ik de vergissing bemerkt had, begreep ik dat het niet de moeite waard was om jarenlang geen strips meer te maken voor die film. (...) Kort geleden heeft Ridley Scott me gebeld om me wat nieuw spul te vragen. Ik heb moeten weigeren, en nog een half uur na het telefoontje was ik zelfs diep geschokt. Nee zeggen tegen Ridley Scott!"

Jean Giraud (Gir/Mœbius) over zijn medewerking aan de sf-filmklassieker Alien.
(De Vrienden van Buddy Longway, 1983)

"Is de nieuwe 'ksiii' al uit?"



Een klant in een stripspeciaalzaak vraagt naar een nieuw album van XIII. Een vaak voorkomende onwetendheid trouwens.
(volgens de overlevering)

"Die denkt dat hij Yves Chaland is."



Een Brusselse barman tegen zijn klanten over Eddy Vermeulen (Ever Meulen) die net een affiche kwam ophangen voor één van zijn tentoonstellingen. Chaland was, volgens Ever Meulen, eigenlijk een bewonderaar van zijn persoon en vertelde overal rond dat hij alles van Ever had geleerd.
(Humo, 2004)

"Gelukkig ben ik van die slavernij verlost!"


Liggend aan zijn zwembad mocht Willy Vandersteen het over zijn vrijetijdsbesteding op zondag hebben. De dagelijkse verplichting om een halve bladzijde van Suske en Wiske te tekenen had hij toen al lang geleden doorgeschoven aan zijn studiomedewerkers.
(Story)

"Allereerst Mœbius-Giraud, die onderscheidt zich wel het meest, voor mij. (Onder ons gezegd en gezwegen: ik geef de voorkeur aan Giraud). En verder Manara, maar, al zijn zijn tekeningen schitterend, zijn verhalen vind ik niet altijd even duidelijk... En dan natuurlijk Franquin, de onnavolgbare Franquin..."

Hergé mag de striptekenaars opsommen die hij ten tijde van het interview bewonderde.
(De Wereld van Hergé Geprolongeerd, interview door Benoît Peeters, 15 december 1982)

"Belgische vrouwen zijn oneindig veel toffer. ik heb een tijd in Antwerpen doorgebracht en — oh boy — de vrouwen daar. Ze zijn veel ontspannener en opener en gemakkelijker om mee te praten. I liked that town. ik ben er nog verliefd geworden op een paar vrouwen die ik in restaurants heb zitten tekenen."

Undergroundlegende en vrouwenliefhebbers Robert Crumb houdt van de Antwerpse vrouwtjes.
(Maomagazine, oktober 2001)

Terug naar Top